Inleiding: informatie over bodemprocedure geldt als uitgangspunt

Het menu “Procederen voor de RvA” en het menu “Welke procedure?” vormen de inleiding op dit menu.

Voorts wordt er hierna van uit gegaan dat u de informatie betreffende de gewone bodemprocedure kent. Een kort geding wordt aanhangig gemaakt en verloopt als een bodemprocedure, tenzij hierna ander is vermeld.

Het Rolreglement bevat praktische informatie.

Inhoud Memorie van Eis (MvE)

NB 1: De eiser moet zijn spoedeisend belang bij de verzochte voorziening aannemelijk maken in de MvE. Dat belang is wel aanwezig als een deel van een gebouw dreigt in te storten, mogelijk niet als de eiser nog een klein geldbedrag krijgt van zijn wederpartij. Het scheidsgerecht beoordeelt het spoedeisend belang. Dit wordt niet vooraf door de voorzitter beoordeeld.

NB 2: Uit de MvE moet duidelijk blijken dat een voorlopige voorziening in kort geding wordt verlangd. Vermeld daarom bovenaan uw MvE duidelijk: “Memorie van Eis in kort geding” en wijs er ook in de begeleidende mail of brief op dat u een kort geding aanhangig maakt.

NB 3: De eiser in een kort geding moet op de mondelinge behandeling door middel van een deurwaardersexploot kunnen aantonen dat de wederpartij de MvE uiterlijk op dezelfde dag als het scheidsgerecht heeft ontvangen (art. 14 lid 7 Arbitragereglement RvA). Verschijnt een wederpartij niet op de Mondelinge Behandeling en kan de eiser geen deurwaardersexploot tonen, dan kan de

eiser niet-ontvankelijk verklaard worden in zijn vordering. De beoordeling daarvan hangt mede af van het tijdstip, sinds wanneer de verwerende partij beschikt over de memorie van eis. Verschijnt de wederpartij wel, dan staat het achterwege blijven van betekening niet in de weg aan ontvankelijkheid.

NB 4: De eiser moet niet vergeten te vorderen dat de voorziening uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Als hij dat niet doet, en zijn wederpartij stelt hoger beroep in tegen een verleende voorlopige voorziening, wordt de uitvoering daarvan geschorst en mist de voorziening het beoogde effect.

Reactie van de RvA op de MvE

Nadat een eiser zijn memorie van eis in kort geding aanhangig heeft gemaakt, ontvangen partijen bericht of de voorzitter van de RvA verlof heeft verleend tot spoedbehandeling in kort geding. Als verlof is verleend, staan in deze brief:

  • de namen en woonplaats van de arbiters die door de voorzitter zijn benoemd;
  • het verzoek per omgaande (spoedoverboeking) de waarborgsom te betalen;
  • de termijn waarbinnen de wederpartij zijn memorie van antwoord moet indienen (dit kan de dag van de mondelinge behandeling zijn);
  • de dag en plaats van de mondelinge behandeling (in het algemeen bepaald na telefonisch contact met partijen of hun raadslieden).

N.B. Een kort geding kan op zeer korte termijn plaatsvinden, zo nodig zelfs binnen een dag.

Verdere verloop van de procedure

De meeste procedurele regels voor de bodemprocedure gelden niet:

  • in kort geding beslist het scheidsgerecht (en voordat dit benoemd is: de voorzitter van de RvA) hoe de procedure verloopt.
  • er wordt niet gewacht totdat de waarborgsom is gestort voordat verweerders worden uitgenodigd om een MvA in te dienen;
  • partijen krijgen geen gelegenheid samen arbiters te kiezen; de voorzitter benoemt het scheidsgerecht direct;
  • er zijn in beginsel geen Repliek en Dupliek, alleen Eis en Antwoord;
  • direct na ontvangst van de MvE wordt de Mondelinge Behandeling gepland;
  • de gewone termijnen gelden niet: de termijnen worden aangepast aan het spoedeisend belang van de verzoeker.

Dit laatste kan zelfs betekenen dat wordt toegestaan dat de MvA pas op de Mondelinge Behandeling wordt ingediend. 

Soms verleent de voorzitter van de Raad geen verlof tot behandeling in kort geding, omdat hij direct ziet dat het geschil zich daarvoor niet leent. Hij kan dan besluiten dat de spoedbodemprocedure of de gewone bodemprocedure (eventueel op verkorte termijnen) wordt gevolgd.

De Mondelinge Behandeling (MB)

Omdat er geen re- en dupliek zullen zijn, vindt de behandeling van het geschil in kort geding - nog meer dan in een bodemprocedure - op de mondelinge behandeling plaats.

Het horen van getuigen onder ede is vaak een tijdrovende zaak. In kort geding is daarvoor meestal geen plaats. Als een partij een beroep wil doen op de verklaring van een getuige/informant of deskundige, is het nog belangrijker dan in een bodemprocedure deze mensen mee te nemen naar de MB, liefst na schriftelijke aankondiging.

Als partijen dat samen willen kan (indien op het geschil het arbitragerecht van toepassing is zoals dat geldt per 1 januari 2015)  het scheidsgerecht in plaats van een voorlopige voorziening direct een definitieve uitspraak doen alsof sprake is van een bodemprocedure. Ook kan een scheidsgerecht op gezamenlijk verzoek van partijen een vonnis in kort geding (voorlopige voorziening) omzetten in een bodemvonnis (definitief oordeel). (artikel 1043b lid 5 en lid 6 Rv-nieuw) 

Uitreiking vonnis en depot bij de rechtbank

Kort gedingen krijgen voorrang. Het vonnis wordt zo snel mogelijk uitgereikt. Indien daarom verzocht wordt, kan het dictum van het vonnis worden medegedeeld voordat de rest van het vonnis is geschreven. Dit kan zelfs al mondeling ter zitting gebeuren, als het scheidsgerecht op dat moment al een beslissing kan nemen.

Na het vonnis

Ook tegen een kort gedingvonnis kunt u in hoger beroep gaan. Dat moet wel binnen 1 maand na de datum van het vonnis en is niet mogelijk, indien tegen het vonnis, ware het gewezen door de gewone rechter, geen hoger beroep open zou staan.

NB 1: als hoger beroep wordt ingesteld tegen een vonnis in een kort geding wordt dat hoger beroep niet automatisch weer met spoed behandeld. Er moet in hoger beroep opnieuw om spoedbehandeling worden verzocht (hetzelfde geldt voor een behandeling als spoedbodemprocedure; ook daar moet in hoger beroep opnieuw om spoedbehandeling worden verzocht). Laat dus duidelijk blijken uit het opschrift van uw Memorie van Grieven (zie “Hoger Beroep”) en begeleidend schrijven dat u spoedbehandeling wenst!

NB 2: het oordeel in hoger beroep van een kort geding vonnis is ook een voorlopige voorziening. Als u opnieuw gelijk krijgt, kunt u dus in een bodemprocedure nog altijd ongelijk krijgen.