Verklarende woordenlijst

Verkorte termijnen


In de gewone bodemprocedure krijgt de partij die aan de beurt is een uitnodiging om binnen 4 weken haar processtuk in te dienen. Is het stuk na die eerste 4 weken niet binnen, dan wordt als volgt ambtshalve uitstel verleend:

als er 3 arbiters zijn benoemd:   maximaal 8 weken
als er 1 arbiter is benoemd:   maximaal 4 weken

Bij 3 arbiters moet een processtuk dus ontvangen zijn binnen 12 weken (4 + 8) en bij 1 arbiter binnen 8 weken (4 + 4).

De voorzitter van de RvA kan in geschillen met 3 arbiters besluiten dat geprocedeerd wordt op verkorte termijnen. Dan worden voor de indiening van ieder processtuk telkens maar 4 in plaats van 8 weken ambtshalve uitstel verleend. Het totaal van de termijnen is dan geen 12, maar 8 weken, net als bij 1 arbiter.

Verder zijn er geen verschillen met de gewone bodemprocedure. Zo blijft nader uitstel voor indiening van de memorie van antwoord mogelijk met toestemming van de wederpartij of op voldoende gemotiveerd verzoek van één partij (art. 3 Rolreglement) en voor alle processtukken op grond van zwaarwegende redenen (art. 6 Rolreglement).

De voorzitter kan op verzoek van een partij of ambtshalve besluiten tot een procedure op verkorte termijnen.

De termijnen worden meestal ambtshalve verkort:

  • als een verzoek tot spoedbehandeling wordt afgewezen en
  • als tegen een vonnis in een Kort Geding of Spoedbodemprocedure hoger beroep is ingesteld, maar in de Memorie van Grieven geen verzoek om spoedbehandeling is gedaan.