Verklarende woordenlijst

Onbevoegdheid / bevoegdheid


Onbevoegdheid / bevoegdheid

In principe komen (bouw)geschillen terecht bij de burgerlijke rechter. Als u en uw wederpartij een overeenkomst tot arbitrage door de RvA hebben gesloten, is de RvA echter bevoegd om over uw geschil te oordelen.

De keuze voor arbitrage bij de RvA wordt meestal gemaakt in de (koop-/)aannemingsovereenkomst, de algemene voorwaarden die daarop van toepassing zijn verklaard of een ander door partijen akkoord verklaard contractstuk.

De overeenkomst tot arbitrage kan ook zijn opgenomen in een apart document van later datum.

Er hoeft zelfs geen schriftelijke overeenkomst tot arbitrage te zijn: als een verweerder in een procedure bij de RvA geen beroep doet op de onbevoegdheid van de RvA, zal het scheidsgerecht aannemen dat tussen partijen een overeenkomst tot arbitrage bestaat of dat de verweerder deze door stilzwijgende aanvaarding (alsnog) tot stand wil doen komen. Op die aanvaarding kan hij later niet meer terugkomen.

Indien echter de bevoegdheid van de RvA wordt betwist, kan de overeenkomst tot arbitrage uitsluitend worden bewezen door middel van een geschrift. Kan de eiser geen stuk overleggen waaruit blijkt dat arbitrage bij de RvA is overeengekomen, dan zal het scheidsgerecht zich onbevoegd verklaren en zal de eiser de proceskosten moeten betalen.

Het verweer dat de RvA niet bevoegd is, kan uitsluitend doel treffen als het vóór alle andere weren is aangevoerd, dus voordat de geschilpunten aan de orde komen (liefst in een aparte reactie op de memorie van eis, voordat u een memorie van antwoord opstelt).

Dient u een memorie van antwoord in waarin u de bevoegdheid van de RvA betwist, wilt u dit dan ook aangeven in de begeleidende mail of brief, zodat het niet over het hoofd kan worden gezien? Dit kan voorkomen dat pas blijkt dat de RvA onbevoegd is als al veel kosten zijn gemaakt.

Hoe de incidentele procedure en de hoofdzaak verlopen, leest u in het menu “Bevoegdheidsincident”.