Verklarende woordenlijst

Failliet, faillissement


Failliet, faillissement

Hieronder vindt u informatie over de mogelijkheden in geval van faillissement van uw wederpartij.

Inhoudsopgave

         I.       Er is nog geen procedure, maar u wilt er een starten
         II.      U bent eiser in een lopende procedure
         III.     U bent verweerder in een lopende procedure
         IV.      U bent eiser en verweerder
         V.       Korte samenvatting van de meest voorkomende situatie

I. Er is nog geen procedure, maar u wilt er een starten

Artikel 25 lid 1 en 26 Faillissementswet luiden:  

Artikel 25
"1. Rechtsvorderingen, welke rechten of verplichtingen tot den failliete boedel behoorende ten onderwerp hebben, worden zoowel tegen als door den curator ingesteld."
[…]

Artikel 26
"Rechtsvorderingen, die voldoening eener verbintenis uit den boedel ten doel hebben, kunnen gedurende het faillissement ook tegen den gefailleerde op geene andere wijze ingesteld worden, dan door aanmelding ter verificatie.”

U kunt dus geen procedure starten tegen uw failliete wederpartij, behalve als uw vordering geen voldoening uit de boedel ten doel heeft.

Wilt u een vordering verhalen op de failliete boedel van uw wederpartij, dan moet u die vordering ter verificatie indienen bij de curator (zie hierna).

II. U bent eiser in een lopende procedure

Artikel 29 Faillissementswet luidt:
Voor zooverre tijdens de faillietverklaring aanhangige rechtsvorderingen voldoening eener verbintenis uit den boedel ten doel hebben, wordt het geding na de faillietverklaring geschorst, om alleen dan voortgezet te worden, indien de verificatie der vordering betwist wordt. In dit geval wordt hij, die de betwisting doet, in de plaats van den gefailleerde, partij in het geding.”

Een lopende procedure wordt dus geschorst (komt stil te liggen) door het faillissement van uw wederpartij, de verweerder.

In deze situatie ontvangt u als eiser meestal een brief van de RvA, waarin gevraagd wordt of u de procedure wilt intrekken vanwege het faillissement. Zo ja, dan wordt overgegaan tot afrekening. De reeds door de RvA gemaakte kosten worden dan verrekend met de door u gestorte waarborgsom en het restant wordt aan u overgemaakt. 

Omdat er in een faillissement meestal weinig overblijft nadat de schuldeisers met voorrechten (belastingdienst, hypotheekhouders, pandhouders) betaald zijn, kan het verstandig zijn de vordering in te trekken.

Geen intrekking: verificatie, eventueel renvooiprocedure

Trekt u uw vordering niet in, dan verdwijnt de zaak meestal voor lange tijd in de ijskast. Op de verificatievergadering komt vast te staan of uw vordering door de curator of een andere schuldeiser wordt betwist.

Wordt uw vordering niet betwist, dan wordt deze geplaatst op de lijst van de erkende schuldvorderingen. Is er in het faillissement geld aanwezig, dan worden eerst de schuldeisers met voorrechten voldaan en krijgt u vervolgens een uitkering uit de boedel in overeenstemming met de omvang van uw vordering ten opzichte van die van alle andere schuldeisers die nog niet zijn voldaan (de zogenaamde “concurrente crediteuren”).

Wordt de vordering wel betwist dan volgt er een zogenaamde renvooiprocedure, waarin beslist wordt of uw vordering standhoudt. Zo ja, dan wordt deze alsnog op de lijst van erkende schuldvorderingen geplaatst en wordt verdeeld als hiervoor omschreven.

Als de zaak reeds in staat van wijzen is (arbiters beraden zich reeds over de uitspraak), dan geldt het voorgaande niet en wordt gewoon vonnis gewezen (artikel 30 lid 1 Faillissementswet).

III. U bent verweerder in een lopende procedure

Artikel 27 Faillissementswet luidt:
1. Indien de rechtsvordering tijdens de faillietverklaring aanhangig en door den schuldenaar ingesteld is, wordt het geding ten verzoeke van den gedaagde geschorst, ten einde dezen gelegenheid te geven, binnen een door den rechter te bepalen termijn, den curator tot overneming van het geding op te roepen.
2. Zoo deze aan die oproeping geen gevolg geeft, heeft de gedaagde het recht ontslag van de instantie te vragen; bij gebreke daarvan kan het geding tusschen den gefailleerde en den gedaagde worden voortgezet, buiten bezwaar van den boedel.
3. Ook zonder opgeroepen te zijn, is de curator bevoegd het proces te allen tijde over te nemen en den gefailleerde buiten het geding te doen stellen
.”

Een tegen u aangespannen procedure wordt dus niet automatisch geschorst, maar loopt door totdat de curator in de gelegenheid is geweest te kiezen of hij de procedure wil voortzetten.

Volgens de faillissementswet dient u zelf de curator te vragen of hij de procedure overneemt. Onderneemt u niets, dan loopt de procedure gewoon door tussen u en de failliet. De curator en de boedel zijn dan niet gebonden aan de uitspraak. U procedeert dan dus voor eigen rekening, ook als u gelijk krijgt. De failliet kan immers niet betalen en de curator hoeft niet te betalen.

Als de eiser failliet gaat, vraagt de RvA per brief aan de curator of deze het geding wil overnemen. Doet hij dat niet, dan vraagt de RvA bij brief aan u als verweerder of u ontslag van de instantie wilt. De RvA is hiertoe echter niet verplicht: de verantwoordelijkheid blijft bij u.

Neemt de curator de procedure over dan komt het dossier (en dus ook het vonnis) op naam te staan van u en de curator q.q., als vertegenwoordiger van de failliete boedel. Een eventuele kostenveroordeling van de curator q.q. is een boedelschuld. Boedelschulden worden uit de boedel betaald, voordat de overige schuldeisers iets ontvangen.

IV. U bent eiser en verweerder

Zoals hiervoor is uitgelegd, kunt u niet zomaar een vordering instellen tegen de failliet. U mag echter onder de hierna omschreven voorwaarden wel uw vordering op hem verrekenen met een vordering die hij op u heeft (denk aan conventie en reconventie). In faillissement is de verrekeningsbevoegdheid ruimer dan daarbuiten.

Artikel 53 Faillissementswet luidt:
Hij die zowel schuldenaar als schuldeiser van de gefailleerde is, kan zijn schuld met zijn vordering op de gefailleerde verrekenen, indien beide zijn ontstaan vóór de faillietverklaring of voortvloeien uit handelingen, vóór de faillietverklaring met de gefailleerde verricht.”

V. Korte samenvatting van de meest voorkomende situatie

De aannemer is een procedure tegen u begonnen, u hebt een eis in reconventie ingediend en de aannemer gaat failliet.

Neemt de curator de procedure van de aannemer over, dan loopt deze door. Uw vordering wordt dan meegenomen bij wijze van verweer. Een toewijzing aan u kan niet volgen. Wordt de curator in het ongelijk gesteld, dan is zijn proceskostenveroordeling een boedelschuld.

Eventueel nodige aanvullingen op de waarborgsom plegen in zo’n situatie eerst aan de curator te worden gevraagd. De waarborgsom pleegt immers te worden gevraagd aan de eisende partij en na het faillissement is de reconventie alleen nog van belang als verweer. Dat betekent dat de eventueel reeds van u gevraagde waarborgsom niet zal worden aangewend ter verrekening van de kosten van de RvA. Dat is ook niet nodig aangezien in het vonnis een uitspraak wordt gedaan over de kosten, leidende tot een boedelschuld indien de curator ongelijk krijgt.