Verklarende woordenlijst

Appel op nader aan te voeren gronden


Soms dient een partij een memorie van grieven in zonder grieven. Hij stelt in die memorie dan dat hij zijn grieven nog niet kan formuleren, bijvoorbeeld omdat hij nog op een deskundigenrapport zit te wachten. Hij vraagt daarbij om uitstel voor het indienen van een nadere memorie waarin hij de gronden van zijn appel uiteen zal zetten.

In artikel 22 lid 3 Arbitragereglement RvA is vermeld dat hoger beroep moet worden ingesteld door indiening van een memorie van grieven. Een memorie van grieven waarin geen grieven zijn gesteld, voldoet niet aan die omschrijving.

Bovendien is in de regeling van het hoger beroep vermeld dat indiening van een tweede memorie niet is toegestaan (art. 24 lid 1 Arbitragereglement RvA). Als partijen daarvan willen afwijken, zal toestemming van de voorzitter van de Raad moeten worden gevraagd.

In geschil 70.102 (te vinden in het menu “Jurisprudentie”) is daarom beslist dat geen appel kan worden ingesteld op nader aan te voeren gronden.

In geschil 70.448, (eveneens te vinden in het menu “Jurisprudentie”), is dit echter wel toegestaan, in een situatie dat door de wederpartij toestemming was verleend.

Uit een en ander lijkt te volgen dat appel (binnen de termijn) op nader aan te voeren gronden (na de termijn) tot de mogelijkheden behoort in de situatie dat de wederpartij daartoe toestemming heeft gegeven (of geeft). Dit is echter geen constante jurisprudentie. Bovendien is de RvA eenmaal met een uitspraak van de burgerlijke rechter geconfronteerd, inhoudende dat ook via arbitragereglementen overeengekomen appeltermijnen van openbare orde zijn. Daarom is toestemming van de wederpartij niet genoeg en moet artikel 22 lid 3 Arbitragereglement RvA ambtshalve worden toegepast. Toestemming om de grieven nader te formuleren kan immers worden aangemerkt als een feitelijke verlenging van de van openbare orde geachte appeltermijn.

Partijen kunnen overigens vóór het aflopen van de appeltermijn samen overeen komen die termijn te verlengen. Daar is in beginsel geen grens aan. Zolang de grieven worden ontvangen binnen de tussen partijen tijdig overeengekomen (verlengde) appeltermijn, zullen deze in beginsel worden geaccepteerd. Wordt de appeltermijn verlengd tot meer dan zes maanden na het vonnis, dan dient daarvan bericht te worden gegeven aan de Raad, zodat voorkomen wordt dat het dossier van de eerste aanleg wordt vernietigd.

Ter vermijding van teleurstellingen doet een appellant er dus goed aan de regeling in het arbitragereglement te volgen en bij het tijdige appel zijn grieven te formuleren.

Mocht een partij toch na het verstrijken van de appeltermijn gronden aanvoeren, dan zal daarover alsnog in arbitrage moeten worden beslist. Eventueel aan die partij verleende uitstellen zijn dan per definitie voorwaardelijk, namelijk onder de voorwaarde dat arbiters het appel op de nader aangevoerde gronden nog ontvankelijk zullen achten. Aan de verleende uitstellen kunnen geen rechten worden ontleend.