Bindend advies

Bindend advies

In artikel 12 leden 3 en 4 Arbitragereglement RvA is vermeld dat de beslissing wordt gegeven in de vorm van een vonnis, tenzij partijen hebben gekozen voor bindend advies.

Een vonnis geeft een “executoriale titel”.  Dit betekent dat een veroordeling in het vonnis – als deze niet vrijwillig wordt nagekomen – toch ten uitvoer kan worden gelegd (“geëxecuteerd”). Voor de executie van een arbitraal vonnis dient eerst een exequatur te worden verkregen.

Alleen een deurwaarder kan de executie (= tenuitvoerlegging) van een vonnis verrichten. Daarbij kunnen eigendommen van de weigerachtige veroordeelde worden verkocht.

Een bindend advies is bindend, maar geeft geen executoriale titel. Nakoming daarvan kan dus niet eenvoudig worden afgedwongen.

In een bindend advies staat bijvoorbeeld dat de bindend adviseur meent dat een partij verplicht is een bepaald bedrag aan de andere partij te betalen. Dat is geen veroordeling. Volgt een partij het bindend advies niet op, dan zal de wederpartij via de gewone rechter - of als dit is overeengekomen: via arbitrage - een vonnis moeten halen om nakoming van het bindend advies af te kunnen dwingen. Van de mogelijkheid tot bindend advies wordt daarom zelden gebruik gemaakt.

De rechter (of arbiter) controleert uitsluitend of partijen gehouden kunnen worden aan het door de bindend adviseur gegeven bindend advies. Dat is alleen anders, als geen weldenkend bindend adviseur tot dit advies had kunnen komen. Dat heet marginale toetsing.

Een bindend advies wordt niet gedeponeerd ter griffie van de rechtbank. Tegen een bindend advies staat geen hoger beroep open (art. 22 lid 8 Arbitragereglement RvA). Voor het overige is de procedure voor bindend advies bij de RvA gelijk aan die waarin arbiters vonnis wijzen (art. 3 lid 14 en art. 12 leden 3 + 4 Arbitragereglement RvA).