Jaarrede 2005

Hoofdpunten uit de rede, op 22 mei 2005 uitgesproken op de jaarvergadering van de Raad van Arbitrage voor de Bouw door de voorzitter, mr. P.P. Lampe

 

Afgetreden en toegetreden

Aan het eind van het verslagjaar 2004 zijn afgetreden ir. H.H. van der Maas (AVBB), D.P. Boon (BNA), ir. A.P. Vernimmen, ir. A. van der Werf en ir. H.W.A. Lonkhuijzen ( KIVI) en mr. G.M. Bierman. Zij allen traden af vanwege het bereiken van de statutaire leeftijdsgrens. Tijdens de loop van het verslag jaar heeft ing. H.J.R. Schram zich genoodzaakt gezien zijn benoeming terug te geven.

 

De voorzitter dankt de afgetreden leden namens het bestuur van de Raad  voor hun langdurige en bekwame inzet voor de Raad.

 

Vanwege het bereiken van de statutaire leeftijdsgrens is ook teruggetreden voorzitter van de Raad, Ir. A.P.Vernimmen. De Raad is hem voor zijn grote en langdurige inzet veel dank verschuldigd.

 

In de loop van het verslagjaar zijn diverse nieuwe leden aangetreden. Het AVBB benoemde in de vacature Agema Jhr. Ir. C.J.A. Reigersman, in de vacature van Dijke H.M.M. Raedts en in de vacature De Kok ing. H.J. de Koning. De BNA benoemde in de vacature Wisse mr.ir. A. de Groot en in de vacature Witteveen Heere ir. G.J.W.M. van Bebber. Het KIVI benoemde in de vacature Visser ir. H.M. Schroten

Het bestuur benoemde op voordracht van de NJV mevrouw mr. P. van der Kolk-Nunes in de vacature Rothuizen alsmede mrs. J.Th. Begheyn, J.C. van Dijk, K.E. Mollema en B.C. Punt J.M. Vrakking en prof. mr. H.J. Snijders. In de vacature Bierman is inmiddels in dit jaar voorzien door de benoeming van mr. J.P. Fokker.

 

Wijziging in het bestuur

Op de vorig jaar reeds aangekondigde wijzigingen van de Raad en zijn bureau is, voorzover dat mogelijk is binnen de huidige Statuten van de Raad, gedeeltelijk al vooruitgelopen. Een van de voorgestelde wijzigingen is de voor het voorzitterschap te kiezen persoon. Dat was tot heden, zonder dat dit statutair was geregeld, een lid van de Raad uit de hoek van de opdrachtgevende overheid. Die gaat in de komende gewijzigde samenstelling van de Raad zelf deelnemen.

Daarom komt voortaan de voorzitter uit de niet opdrachtgevende overheid, en wel de rechterlijke macht.

De Raad voor de Rechtspraak heeft aan het bestuur van de Raad een meervoudige voordracht gedaan. Daaruit heeft het bestuur mr. P.P.Lampe gekozen, die deze uitnodiging graag heeft aanvaard. De Raad voor de Rechtspraak zal in de toekomst ook de voordrachten doen. Kan deze Raad op enig moment geen voordracht doen, bijvoorbeeld door een besluit om rechters niet toe te staan nevenfuncties te bekleden, dan is via de Statuten voorzien in de mogelijkheid terug te keren naar het oude beleid.

Mr. Lampe is tot 1 mei 2005 president van de rechtbank te Maastricht. Voordien was hij president van de rechtbank Groningen. Hij is vanaf 1972 rechter In zijn functie heeft hij uiteraard veel te doen gehad met het besturen van een rechterlijke organisatie. Daarnaast was hij ook betrokken bij het voorbereiden en realiseren van wijzigingen in de landelijke organisatie van de rechterlijke macht.

De voorzitter van de Raad is q.q. tevens lid van de Raad. Wat dat betreft blijft de situatie zoals zij was. Terecht, want het is niet verstandig een organisatie te leiden terwijl men aan de praktijk van die organisatie nooit heeft deelgenomen en van deelname in de toekomst zou zijn uitgesloten.

 

Uitbreiding van de taken van de Raad

bouwfraudegeschillen

In de loop van 2004 is de Raad  vergast op extreem veel nieuwe geschillen in het kader van de Bos-administratie, ook wel aangeduid als bouwfraudegeschillen. Dat zijn er zo’n flinke 1100 geweest, op één dag. Er druppelt nog steeds wat na. Ook dit jaar is er nog een bijgekomen. De verwerking daarvan heeft veel administratieve kracht gekost. De agerende aanbestedende diensten hebben ervoor gekozen niet alleen de aannemer aan te spreken die de aanbesteding heeft gewonnen, maar alle aannemers die hebben deelgenomen aan de aanbesteding en – naar zij stellen – het verboden vooroverleg. Dat betekent dat er feitelijk een veelvoud is aan procespartijen, vaak met ieder een eigen raadsman.

 

Het bureau van de Raad is erin geslaagd de administratieve omvangrijke taak van het inschrijven van deze geschillen tot een goed einde te brengen. Inzake deze geschillen is inmiddels én voor de gewone rechter én voor de Raad geprocedeerd over de bevoegdheid. 

Dat is niet in alle geschillen gedaan, maar in enkele proefprocedures. De gewone rechter heeft met een beroep op het wetssysteem de beslissing aangehouden tot de Raad zich definitief heeft uitgesproken. De Raad heeft inmiddels in de eerste aanleg een beslissing genomen, inhoudende bevoegdverklaring. Dat betekent dat mogelijk zo’n 1100 geschillen extra behandeld zullen moeten worden.

Het bureau van de Raad is daar niet op toegerust. Voor de Raad staat niet de mogelijkheid open de capaciteit van zijn bureau even te verdubbelen en de capaciteit daarna terug te brengen tot het normale niveau via wervende afvloeiingsregelingen. Is het terugdraaien van overcapaciteit moeilijk en kostbaar, dan moet men er niet te licht toe overgaan de capaciteit fors uit te breiden. Dat is nog niet gedaan en wordt ook thans nog aangehouden, aangezien nog steeds niet zeker is hoeveel van deze geschillen daadwerkelijk door de Raad behandeld zullen gaan worden. Het is nog steeds mogelijk, dat partijen de zaken zelf zullen regelen..

 

De Nieuwe Regeling

Verder is inmiddels De Nieuwe Regeling, die de verhouding regelt tussen opdrachtgevers en hun (bouw)adviseurs in werking getreden. Deze voorwaarden zullen op termijn verwijzing naar de AR of RVOI gaan verdringen. Gelet op deze reeds verwezenlijkte nieuwigheid is de ONRI benaderd voor een spreker die u kan voorlichten over deze nieuwe regeling, waarin u een rol speelt. Er is niet te verwachten dat zulks reeds op korte termijn het werk van de Raad zwaar zal belasten. Uitbreiding van capaciteit hiervoor is thans niet aan de orde.

 

GIW

De samenwerking met het GIW gaat naar verwachting spoedig lopen. Ook daarvan is de eerste tijd geen enorme toeloop te verwachten, maar op den duur wel met dien verstande dat de omvang van die toeloop niet inschatbaar is. Ook die ontwikkeling heeft geleid tot het benaderen van een spreker die u kan inlichten over de voorgenomen wijze van geschilbeslechting omtrent woningen die worden verkocht met GIW-garantie. Uitbreiding van capaciteit hiervoor zal op termijn zeker gaan spelen.

 

Kortom er is een fikse onzekerheid over de omvang van het werk van de Raad en de daarbij passende omvang van het bureau van de Raad. De voorzitter zal zijn best moeten doen op de mogelijke omvangsscenario’s adequaat in te spelen.

Ook in dat verband is het geoed, dat het bestuur heeft besloten de Raad en zijn bureau tot een geheel te maken, hetgeen de slagkracht ten goede komt.

 

In werking treden van het ARW

Naast de positieve berichten over het takenpakket is er ook melding te maken van een negatieve factor, te weten het in werking treden van het ARW voor de aanbesteding van werken, waarin voor de berechting van geschillen niet meer wordt verwezen naar de Raad.

Hoewel het aantal aanbestedingsgeschillen nog niet significant is afgenomen, integendeel lijkt er eerder sprake van een toename, is te verwachten dat dit op termijn wel zal gaan gebeuren, met name wanneer de wetgever de lagere overheden gaat voorschrijven aan te besteden op basis van die regeling. De totstandkoming van een aanbestedingsregeling die voor de beslechting van geschillen verwijst naar de gewone rechter is ietwat merkwaardig bij het gaan deelnemen van de overheid aan de Raad. Het is echter tevens iets wat de Raad als een gegeven heeft te aanvaarden. De Raad moet niet werven.

 

Wijziging samenstelling Raad

Het bestuur van de Raad is doende met het opstellen van nieuwe Statuten van de Raad. Zodra deze in werking treden zullen naast de gewijzigde samenstelling de navolgende wijzigingen intreden.

1       Rechtsvorm

De Raad zal een stichting zijn.

2.      Het huidige bureau van de Raad gaat deel uitmaken van deze Stichting.

3       Arbiters zijn geen lid meer van de Raad, maar van het College van Arbiters van de Raad.

4       De leden van dat College worden niet meer benoemd door de de Raad dragende organisaties (thans de huidige constituerende verenigingen) maar door het bestuur van de Raad op voordracht van de dragende partijen.

5       De nieuwe leden worden benoemd voor een periode van drie jaar. Het bestuur kan besluiten de benoeming niet te continueren. Wanneer het bestuur geen besluit neemt om de benoeming niet te continueren gaat de tijdelijke benoeming automatisch over in een benoeming voor het leven (zoals thans met leeftijdsgrens). De oude leden, die al voor het leven zijn benoemd, blijven dat.

6       Er komen meer dragende instanties dan tot op heden. Het vroegere AVBB, thans de vereniging “Bouwend Nederland”, levert als van ouds 1/3 deel van de leden. Het aandeel van BNA en KIVI (thans tezamen 2/3) wordt teruggebracht tot 1/3. Het vrijkomende 1/3 deel zal worden ingevuld door 3 opdrachtgeversorganisaties, te weten de Rijksoverheid, de lagere overheid en een particuliere opdrachtgeverorganisatie. Dit zullen dan zijn RWS, VNG en Aedes. Het KIVI gaat zijn huidige taak delen met de ONRI in de verhouding 1 :2. Er is voorzien in de mogelijkheid dat een dragende organisatie zich laat vervangen door een andere organisatie. Aangezien dat de identiteit van de Raad raakt, is daarvoor dan wel toestemming nodig van een gekwalificeerde meerderheid in het bestuur.

7       Het bestuur wordt dienovereenkomstig samengesteld.

8.      De leden gaan leden-deskundige dan wel leden-jurist heten. De benaming buitengewone leden gaat dus verdwijnen.

9.      De vroegere eis dat alle bestuursleden lid moeten zijn van de Raad is versoepeld, in die zin dat elk van de drie segmenten (aannemers, adviseurs en opdrachtgevers) tenminste een bestuurslid moet aanwijzen uit het College van Arbiters en in totaal tenminste de helft van het bestuur tevens lid moet zijn  van het College van Arbiters.

10      De zittingsduur voor de bestuursleden, de voorzitter daarvan uitgezonderd, bedraagt 4 jaar behoudens een eventuele herbenoeming door de betreffende organisatie.

11      Naast de voorzitter en de ondervoorzitter komt er een derde persoon bij, te weten de tweede ondervoorzitter.

12      De reeds bestaande mogelijkheid voor de voorzitter om bij disfunctioneren een arbiter te ontslaan met toestemming van de gewone rechter blijft bestaan en wordt thans opgenomen in de Statuten.

13.     De bevoorrechte positie van de leden-aannemers in het bestuur (dubbel aantal plaatsen) gaat verdwijnen.

 

In het kader van de wijziging van de rechtsvorm van de Raad zijn de bestaande Statuten gesplitst in statuten behorende bij de rechtspersoon en een arbitragereglement. Het arbitragereglement is dus niet meer opgenomen in de Statuten. De Statuten regelen wat dat betreft enkel nog de wijziging van het reglement.

 

Kwaliteitsborging

De genoemde wijzigingen dienen gedeeltelijk tevens de kwaliteitsborging. De Raad is niet verplicht elke voordracht voor een lid van het College van Arbiters te accepteren; verder geldt een eerste benoemingsduur van 3 jaar en bij ernstig disfunctioneren kan de voorzitter te allen tijde nog ingrijpen. Buiten dit deel van de kwaliteitsborging zal er in de praktijk sprake zijn van kwaliteitsborging in de vorm van cursussen en informatieverstrekking, aangepast aan de door de Raad uitgeoefende taken. Een voorbeeld is de uitbreiding op het abonnement van de hoofdstukken Bouwrecht voor de deeltjes die gaan over de verhouding opdrachtgever en zijn adviseurs. Dat is gebeurd in verband met de opgekomen taak tot de geschillenbeslechting in het kader van de DNR.

Inzake de kwaliteitsborging zijn afspraken gemaakt die zijn neergelegd in een door de Raad en de Staat opgemaakte gezamenlijke notitie. Deze is nog niet gepubliceerd. Zij houdt onder meer voorstellen in omtrent:

-         het toetsen van kandidaat-arbiters aan de geformuleerde selectie-eisen voor arbiters: onafhankelijk, deskundig, integer, gevoel hebbend voor maatschappelijke verhoudingen, in staat zijn tot een afgewogen oordeel nadat er kennis is genomen van de relevante feiten en omstandigheden en nadat partijen zijn gehoord;

-         het voeren van een uitvoerig kennismakingsgesprek met kandidaat-arbiters aan de hand van hun c.v. en aan de hand van een door de kandidaten ingevulde vragenlijst;

-         met een juridisch opleidingsinstituut, bijvoorbeeld een juridische faculteit, zal er een introductie-programma moeten worden ontwikkeld, waarbij de kandidaat-arbiters vertrouwd worden gemaakt met een aantal basale zaken betreffende hun toekomstige rol als arbiter;

-         nieuw aangestelde arbiters zullen eerst als toehoorder dan wel als lid van een arbitraal college enkele arbitragezittingen moeten bijwonen, aleer zij na deze inwerkperiode zelfstandig als arbiter mogen optreden;

-         de voorzitter of andere bestuursleden zullen zich een oordeel moeten vormen over het praktisch functioneren van de arbiters en dit oordeel ook aan de orde moeten stellen in de twee- of driejaarlijks te houden functioneringsgesprekken. Ter voorkoming van misverstanden zij opgemerkt dat deze functioneringsgesprekken uitsluitend dienen te gaan over de naleving van de voor arbiters geldende gedragsregels en niet over de inhoud van de vonnissen die de betrokken arbiter heeft gewezen; (De auteurs achten dit het best (uitsluitend) in handen gelegd van de beoogde Voorzitter nieuwe stijl). Voor nieuwe arbiters zal reeds na één jaar een functioneringsgesprek moeten plaatsvinden;

-         in een jaarlijks te organiseren bijeenkomst voor alle arbiters dient er aandacht te worden besteed aan de vakinhoudelijke ontwikkelingen op het gebied van de arbitrage-rechtspraak. Arbiters zelf zullen hun technische kennis moeten bijhouden, o.m. door kennisname van de vaktijdschriften;

-         enkele malen per jaar dienen de arbiters door middel van bijvoorbeeld een nieuwsbrief te worden geïnformeerd over relevante rechtsontwikkelingen in het algemeen, over interessante geschillen, alsook over de vonnissen die in hoger beroep zijn uitgesproken.

 

Hoe de beoogde kwaliteitsborging in de praktijk zal worden uitgewerkt is een kwestie van overleg in het gewijzigde bestuur met inachtneming van de beschikbare middelen.

 

De wijziging in de samenstelling van de Raad leidt voor wat betreft de adviseurs tot een vermindering van hun aantal in de Raad. Dit leidt er echter niet toe dat zittende leden zouden moeten aftreden. Dat zou ook niet kunnen, want zij zijn “voor het leven” benoemd. In de eerste plaats is het aantal leden per categorie verhoogd van 20 naar 24. Voor de architecten bevat dat na de halvering dus weer een verhoging van 10 naar 12. Verder is in de statuten de mogelijkheid opgenomen voor het bestuur om het aantal leden per categorie te verhogen van 24 naar 34. Dan zijn er dus 17 plaatsen vrij voor architecten. Bij het huidige aantal van 20 zijn dat er dus 3 teveel. Die worden dan overgeheveld naar een andere groep, waarbij hier dan is te denken aan leden voorgedragen door de opdrachtgever. In de groep constructeurs is een en ander weinig anders. KIVI en ONRI kunnen eenvoudig zelf regelen wie van de huidige leden voortaan gelden als KIVI resp. ONRI leden, waarna ook daar dezelfde oplossing gloort als beschreven voor de leden architect. Diverse van onze leden zijn immers al afkomstig uit de hoek van de opdrachtgevende overheid.

Het spreekt voor zich dat via natuurlijke afvloeiing zo spoedig mogelijk de evenwichtige samenstelling wordt bereikt als bedoeld. Bij het wegvallen van een arbiter zal er dus eerst een vacature ontstaan, zodra het aantal architecten is afgenomen  tot 12. Mocht het zo zijn dat het aantal DNR geschillen de pan uitrijst, dan heeft het bestuur niettemin de mogelijkheid het aantal op 17 te houden.

 

Vetorechten vervallen.

Het systeem van vetorechten voor de dragende partijen en de Minister inzake wijziging van de Statuten inclusief het arbitrage-reglement gaat verdwijnen. Daarvoor in de plaats is gekomen de eis van een gekwalificeerde meerderheid voor dergelijke wijzigingen. Dit verhoogt de slagkracht van het bestuur zonder dat de waarborg, die eigen was aan het veto-systeem, echt verloren gaat. Het is alleen niet meer zo dat na een unanieme bestuursbeslissing de beslissing nog kan worden teruggedraaid door een van de dragende partijen van de Raad.

 

De Adviesraad

In de Statuten is tevens voorzien in de mogelijkheid van het scheppen van een Adviesraad die bedoeld is voor bij de bouw betrokken organisaties die niet reeds bij de Raad zijn betrokken door deelname in de Raad of zijn bestuur. Daarbij kan worden gedacht aan de Vereniging Eigen Huis en aan bijzondere opdrachtnemersorganisaties die niet reeds via de Vereniging Bouwend Nederland indirect bij de Raad zijn betrokken. Graag wordt vermeld dat het bestuur heeft gedacht aan de VEH als een dragende partij van de Raad, maar deze vereniging daarvoor heeft bedankt. Of en in hoeverre dit orgaan van de grond komt, kan heden niet worden ingeschat. Het is en blijft de bedoeling, maar de partners in het overleg hebben de vorming van de Adviesraad voor de invoering van de gewijzigde regeling niet afgewacht.

 

Voordracht van leden-jurist

De leden jurist worden voorgedragen door de NJV. In de nieuwe Statuten is opgenomen dat de NJV bij voorkeur leden van de rechterlijke macht voordraagt. De Raad voor de rechtspraak doet een meervoudige voordracht voor een voorzitter van de Raad, maar was niet tevens bereid voordrachten te doen voor de benoeming van leden-jurist van de Raad. De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak bleek daartoe evenmin bereid. Dus is het gebleven bij het huidige systeem van voordrachten door de NJV. Het voordeel daarvan is dat,  indien op enig ogenblik de poltitiek besluit leden van de rechterlijke macht niet toe te staan nevenfuncties te bekleden, de behouden voordragende partij kan putten uit zijn omvangrijker bestand.

 

Statuten en Arbitragereglement

De huidige Statuten van de Raad bevatten naast de bepalingen ontrent de samenstelling van de Raad en zijn bestuur tevens bepalingen omtrent het procederen voor de Raad. Het arbitrage-reglement is als het ware in de Statuten geïncorporeerd.

In de nieuwe situatie is een en ander uiteengetrokken. De Statuten gaan over de samenstelling en het bestuur, waaronder het eventueel wijzigen van het arbitrage-reglement, terwijl de wijze van procederen is vastgelegd in een arbitragereglement Dat uitgesplitste arbitragereglement is goeddeels gelijk aan de huidige Statuten van de Raad. Een enkele wijziging heeft plaatsgehad. De verplichting om zich in hoger beriep als eisende partij te doen bijstaan door een rechtsgeleerde raadsman is niet gehandhaafd.

 

Ten slotte

Vervolgens wordt het woord gegeven aan de heer Van de Kant, die enkele woorden zal zeggen aan het adres van Ir. Vernimmen.

Daarna zal de heer Vernimmen zelf het woord voeren

Daarna komt de bij de geschilbeslechting betrokken mr. C. van der Niet van het GIW aan het woord en tenslotte, na de pauze, mr. J.C. Overbosch van DHV, die ons zal voorlichten over de DNR.

« Terug