Rolreglement Raad van Arbitrage voor de Bouw en Arbitrage Instituut Bouwkunst op grond van artikel 10 lid 4 van het Arbitragereglement


Dit Rolreglement komt in de plaats van het sinds 8 oktober 2015 gehanteerde Rolreglement en geldt met ingang van 1 november 2015.

1. Aanhangigmaking

Het geschil is aanhangig door de ontvangst van het inleidend schrijven met memorie van eis door het secretariaat. Het geschil kan per e-mail (info@raadvanarbitrage.nl) aanhangig worden gemaakt. Het originele verzoekschrift met producties moet daarna nog wel meteen per gewone post naar de Raad worden gezonden. De datum van aanhangigmaking is de datum waarop de Raad het verzoekschrift/de memorie van eis per mail of post (in geval niet is gekozen voor verzending per mail) heeft ontvangen.

Consument als wederpartij
Voor door de ondernemer in zijn overeenkomsten gebruikte nieuwe algemene voorwaarden (daterend van 1 januari 2015 of later) geldt vanaf 1 januari 2015 het volgende:

Indien het geschil aanhangig wordt gemaakt tegen een natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf als bedoeld in artikel 6:236 BW, dan kan door de Raad of de ondernemer aan die wederpartij bij aangetekende brief een termijn van een maand worden gegund om zich uit te laten of zij de beslechting van het geschil door arbitrage aanvaardt, tenzij de aanvragende partij de wederpartij al eerder bij aangetekende brief tenminste gedurende een maand de gelegenheid heeft gegeven zich daarover uit te laten. Bij aanvaarding van beslechting door arbitrage zal als datum van aanhangigmaking gelden de datum waarop het verzoekschrift bij de Raad (via mail of post) is ingekomen.

Voor door de ondernemer in zijn overeenkomst gebruikte bestaande algemene voorwaarden (daterend van vóór 1 januari 2015) geldt het bovenstaande vanaf 1 januari 2016.

Aanhangigmaking hoger beroep
Bij het aanhangig maken van een geschil in hoger beroep moet de appellant het volledige procesdossier van de eerste aanleg in viervoud voorzien van tabbladen tussen de memories en tussen de producties indienen bij de Raad. Eén exemplaar moet appellant aan de geïntimeerde sturen. De procesdossiers moeten voorzien worden van een inventarislijst. De inhoud van het procesdossier moet overeenstemmen met de processtukken zoals die in het vonnis in eerste aanleg is opgenomen. Het vonnis in eerste aanleg is onderdeel van het procesdossier van de eerste aanleg.

2. Waarborgsom

De Voorzitter bepaalt de door de eisende partij te storten waarborgsom. De verdere behandeling van de procedure vangt eerst aan na ontvangst van deze waarborgsom. Ook voor de eisende partij in reconventie kan de Voorzitter een waarborgsom vaststellen, eventueel onder aanpassing van de waarborgsom in conventie. Ook zonder dat de waarborgsom in reconventie is ontvangen, wordt de behandeling van de procedure voortgezet met dien verstande dat, indien de waarborgsom in reconventie niet uiterlijk twee weken voor de mondelinge behandeling zal zijn ontvangen, de reconventionele vordering ter zitting niet zal worden behandeld en het scheidsgerecht de vordering in reconventie niet-ontvankelijk kan verklaren eventueel onder toekenning van een tegemoetkoming in de kosten van processuele bijstand in reconventie aan de kant van de in reconventie verwerende partij.

3. Antwoord

Na ontvangst van de vastgestelde waarborgsom in conventie wordt de wederpartij uitgenodigd tot indiening van een memorie van antwoord (in conventie, eis in reconventie). Termijn: vier weken.

Ook deze memorie kan per mail (info@raadvanarbitrage.nl) worden toegezonden, waarbij als datum van indiening geldt de datum waarop de mail bij de Raad is ingekomen. Ook deze memorie moet meteen ook (met de producties) per gewone post naar de Raad worden gezonden.

Gaat het om een geschil dat op grond van het arbitragereglement in aanmerking komt voor beslechting door één arbiter dan volgt na de eerste termijn van vier weken een peremptoirstelling op termijn van vier weken. In een geschil dat in aanmerking komt voor beslechting door drie arbiters volgt een peremptoirstelling op termijn van acht weken.

De verwerende partij kan met toestemming van haar wederpartij ofwel voldoende gemotiveerd tot maximaal drie keer toe een nader uitstel van steeds maximaal vier weken verzoeken. Dit geldt uitsluitend voor indiening van de memorie van antwoord in conventie in eerste aanleg en niet voor enige andere memorie, ook niet voor memories die voorafgaan aan of in de plaats komen van de memorie van antwoord, zoals die waarbij een vrijwaringsincident wordt ingesteld. Voor de volledigheid: een bevoegdheidsverweer mag steeds gevoerd worden vóór alle weren of uiterlijk bij het eerste schriftelijk of mondeling verweer, zodat voor het instellen van het bevoegdheidsincident de regels gelden als voor de memorie van antwoord in de hoofdzaak.

De mogelijkheid extra uitstel te verkrijgen geldt wel voor de memorie van antwoord in vrijwaring (in conventie in eerste aanleg), waarbij voor “toestemming van de wederpartij” dient te worden gelezen: toestemming van alle overige betrokken partijen, dus ook bijvoorbeeld van de eisende partij in de hoofdzaak. 

4. Scheidsgerecht

Partijen hebben tot de indiening van de memorie van antwoord in conventie de gelegenheid hun gezamenlijke voorkeur uit te spreken voor het te benoemen scheids­gerecht. Het scheidsgerecht wordt  onverwijld na ontvangst van de memorie van ant­woord in conventie benoemd. Na schriftelijke aanvaarding van die benoeming wordt de samenstelling van het scheidsgerecht schriftelijk aan partijen meegedeeld.

NB: Het aantal arbiters dat na binnenkomst van de eis is bepaald, kan na antwoord (in conventie, eis in reconventie) of na een wijziging van de eis nog worden aangepast. Welk uitstel mogelijk is, wordt daarna vastgesteld overeenkomstig de actuele situatie.

5. Verdere memories

Na ontvangst van de memorie van antwoord wordt beoordeeld of het geschil zich reeds leent voor een mondelinge behandeling, dan wel dat daartoe eerst re- en dupliek benodigd zijn. De eisende partij die een mondelinge behandeling na memories van eis en antwoord wenst, dient in haar memorie het verweer van de verwerende partij zo volledig mogelijk te behandelen. Indien een vordering in reconventie wordt ingesteld, zal beoordeeld worden of in conventie gere- en gedupliceerd dient te worden of dat alleen in reconventie nog geantwoord wordt op de eis. Indien de eisende partij na mededeling dat geen re- en dupliek worden verwacht alsnog wenst te repliceren, dient zij dat onverwijld, doch uiterlijk binnen één week na de mededeling kenbaar te maken. Alsdan zal het scheidsgerecht nader beslissen. In geval van een zogenoemd klein geschil, alsmede bij spoed­geschillen en in hoger beroep, worden repliek en dupliek achterwege gelaten. Als kleine geschillen worden aangemerkt geschillen met een vordering in hoofdsom van minder dan € 5.000,00.

Wordt besloten tot re- en dupliek dan wordt na ontvangst van de memorie van antwoord (in conventie, eis in reconventie) de eisende partij (in conventie) uitgenodigd tot indiening van een memorie van repliek (in conventie, antwoord in reconventie) en na ontvangst daarvan de verwerende partij (in conventie) tot indiening van een memorie van dupliek (in conventie, repliek in reconventie), waarna de eisende partij in conventie ten slotte wordt uitgenodigd een memorie van dupliek in reconventie in te dienen. Voor de termijnen geldt hetzelfde als hiervoor bij de memorie van antwoord is bepaald, met dien verstande dat in beginsel geen nader uitstel wordt toegelaten. Dit laat onverlet het in artikel 6 bepaalde.

Partijen kunnen steeds berichten af te zien van indiening van verdere memories, na welk bericht de mondelinge behandeling van het geschil zal worden voorbereid.

Ook deze memories kunnen per mail (info@raadvanarbitrage.nl) worden toegezonden, waarbij als datum van indiening geldt de datum waarop de mail bij de Raad is ingekomen. Ook deze memories (met de eventuele producties) moeten meteen ook per gewone post naar de Raad worden gezonden.

6. Nader uitstel

Een partij kan met instemming van haar wederpartij/de overige partijen voor maximaal één maal een nader uitstel verzoeken. Bij dat verzoek moet een termijn worden genoemd. Die termijn kan niet langer zijn dan twee maal een volgens dit rolreglement gebruikelijke uitsteltermijn voor de soort procedure (2 x 4 weken, 2 x 3 weken of 2 x 2 weken, zie het schema in art. 14). Indien nogmaals nader uitstel wordt verzocht met instemming van de wederpartij/van de overige partijen, zal dat worden begrepen als een verzoek tot plaatsing op de parkeerrol. Zie verder artikel 8. 

Indien enige partij om zwaarwegende redenen meent in aanmerking te komen voor een langere termijn dan in artikel 5 gesteld kan zij zich, indien haar wederpartij(en) zich niet met een nader uitstel verenigen, onder aanvoering van die zwaarwegende redenen tot het scheidsgerecht, of bij het ontbreken van een/het scheidsgerecht: tot de Voorzitter wenden met verzoek dat extra uitstel te verlenen. Tegen de beslissing daarop staat geen beroep open.

Een dergelijk gemotiveerd verzoek dient uiterlijk twee weken voor afloop van de peremptoire termijn bij het secretariaat te worden ingediend. De beslissing van het scheidsgerecht wordt zo spoedig mogelijk meegedeeld. Wordt de beslissing dat de gevraagde extra termijn wordt geweigerd aan de betrokken partij meegedeeld korter dan één week vóór de afloop van de termijn waarvan verlenging is gevraagd, dan wordt aan die partij nog uiterlijk één week extra gegund om alsnog haar memorie in te dienen. Deze extra termijn vervalt indien de aanvragende partij haar verzoek niet tijdig heeft gedaan.

7. Mondelinge behandeling

Blijven re- en dupliek achterwege dan wordt onverwijld de mondelinge behandeling voorbereid. De datum van de zitting zal gelegen zijn ten minste vier weken na de mededeling van die datum aan partijen. In geval van indiening van memories van re- en dupliek wordt zo spoedig mogelijk na uitnodiging tot indiening van het laatste processtuk de datum van de mondelinge behandeling van het geschil vastgesteld. Deze ligt ten minste twee weken na afloop van de peremptoire termijn voor indiening van dat processtuk. De datum wordt vastgesteld aan de hand van de verhinderdata van arbiter(s) en partijen. Een eventueel aan een partij te verlenen nader uitstel voor indiening van dat laatste processtuk kan worden verleend tot maximaal twee weken vóór de geplande mondelinge behandeling.

Indien beide partijen meedelen geen behoefte te hebben aan de mondelinge behandeling en het scheidsgerecht van oordeel is vonnis te kunnen wijzen zonder mondelinge behandeling, dan blijft deze achter­wege.

Een partij kan verzoeken een mondelinge behandeling te verdagen in verband met een absolute, ná vaststelling van de datum van de mondelinge behandeling opgekomen verhindering aan haar zijde. Een dergelijk verzoek dient onverwijld na bekend worden van de verhindering schriftelijk en gemotiveerd te worden ingediend, vergezeld van de verhinderdata van beide partijen. Alsdan kan, rekening houdend met de verhindering één maal een alternatieve datum worden bepaald. Geeft die datum aan één van partijen wederom redenen verdaging te verzoeken, dan zal het scheidsgerecht naar bevind van zaken handelen, waarbij het mogelijk zal zijn de mondelinge behandeling buiten aanwezigheid van een partij te houden.

Ter gelegenheid van de zitting worden partijen in de gelegenheid gesteld een pleidooi van maximaal 30 minuten te houden. Een verzoek om meer tijd dient ten minste één week voor de zitting onder opgave van redenen te worden gedaan. Het wordt op prijs gesteld als een pleitnota wordt overgelegd.

De zitting begint in de regel om 10.45 uur en kan een hele dag in beslag nemen. Zittingen in Utrecht beginnen in de regel om 10.00 uur. Een bezichtiging kan onderdeel uitmaken van de zitting.

8. Parkeerrol

Partijen kunnen gezamenlijk verzoeken het geschil van de gewone rolregeling uit te zonderen en op de parkeerrol te plaatsen. Aan zodanig gezamenlijk verzoek van partijen geeft het scheidsgerecht (of bij diens ontstentenis: de Voorzitter) gehoor, tenzij het scheidsgerecht/de Voorzitter gerede twijfel heeft of verwijzing naar de parkeerrol wel ten voordele van partijen kan strekken. Alsdan zullen zij partijen tot een nadere motivering van hun verzoek in de gelegenheid stellen.

De aanhangigmaking van een geschil pro forma zal tot gevolg hebben dat het geschil automatisch op de parkeerrol terecht komt. Zo lang de verwerende partij nog niet tot enige proceshandeling is uitgenodigd, kan de eisende partij ook op eenzijdig verzoek de behandeling van het geschil op de parkeerrol laten plaatsen.

Indien een geschil op de parkeerrol is geplaatst, wordt partijen niet meer dan één maal per jaar verzocht omtrent de voortgang te berichten. Eventuele afwijkende afspraken van partijen omtrent de termijn waarop het geschil dient te worden voortgezet, blijven voor risico van partijen. De Raad houdt zich uitsluitend aan de genoemde termijn van één jaar.

Indien al een datum voor de mondelinge behandeling is bepaald maar nog memories of andere processtukken moeten worden ingediend, kan de behandeling van het geschil ook uitsluitend voor wat betreft het indienen van die stukken op de parkeerrol worden geplaatst, zonder dat dit invloed heeft op de datum van de mondelinge behandeling. De processtukken dienen in beginsel uiterlijk twee weken voor de mondelinge behandeling in bezit van de Raad te zijn.

Op verlangen van één van de partijen zal de gewone rolregeling weer herleven en wordt het geschil voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het naar de parkeerrol werd verwezen, inclusief eventuele peremptoirstelling. Alsdan wordt aan de partij die het aangaat een termijn gegund van vier weken, tenzij de aan haar laatst verleende termijn korter was, in welk geval de kortere termijn wordt gegund.

Bij gebreke van enig bericht worden partijen geacht te hebben verzocht de parkeerrolregeling voort te laten duren. Indien de Raad na vijf jaar na plaatsing van het geschil op de parkeerrol ondanks herhaald verzoek geen bericht ontvangt van partijen inhoudende het verzoek om voortzetting dan wel intrekking van het geschil, zal de Voorzitter de instantie vervallen kunnen verklaren. Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

9. Faillissement/schuldsanering

Voor zover een verwerende partij in staat van faillissement komt te verkeren dan wel de Wet schuldsanering natuurlijke personen op haar van toepassing wordt verklaard, wordt het geschil van rechtswege geschorst om slechts te worden voortgezet indien de verificatie van de vordering daartoe aanleiding geeft. Het geschil wordt alsdan automatisch op de parkeerrol geplaatst en de eisende partij wordt jaarlijks verzocht de stand van zaken in het faillissement mee te delen.

Voor zover de eisende partij in staat van faillissement komt te verkeren dan wel de Wet schuldsanering natuurlijke personen op haar van toepassing wordt verklaard, wordt aan de curator/bewindvoerder op verzoek van de wederpartij een termijn van in beginsel twee maanden gegund om zich uit te laten over de voortzetting van de procedure. Verlenging van deze termijn is mogelijk op voldoende gemotiveerd verzoek van de curator/­bewindvoerder.

10. Incidentele vorderingen

In incidenten en in hoofdzaken waarin sprake is van (onder)vrijwaring worden de genoemde termijnen van vier weken gewijzigd in drie weken. Bij incidentele verzoeken wordt in beginsel vonnis gewezen op de stukken, tenzij een partij uitdrukkelijk om mondelinge behandeling van het incident verzoekt dan wel het scheidsgerecht daar behoefte aan heeft. De incidentele memorie komt in de plaats van de op dat moment in te dienen memorie, hetgeen wil zeggen dat bij indiening van een verzoek tot oproeping in vrijwaring of van een beroep op de onbevoegdheid op datzelfde moment niet de gevraagde inhoudelijke memorie in de hoofdzaak hoeft te worden ingediend.

In de incidentele memorie dienen de adresgegevens van de in vrijwaring op te roepen partij te worden opgenomen. Ten behoeve van die partij moeten van deze memorie twee extra exemplaren worden ingediend. De in de vrijwaring op te roepen partij wordt in de gelegenheid gesteld op deze memorie te reageren evenals de wederpartij in het incidentAlsdan wordt eerst het incident afgehandeld. Vanwege de geïntegreerde behandeling van de vrijwaring zal de memorie van antwoord in de hoofdzaak eerst worden gevraagd nadat in de vrijwaring van antwoord is gediend of akte is verleend van niet dienen van antwoord in de vrijwaring.

11. Spoedbodemgeschillen

Tenzij partijen in het spoedbodemgeschil samen andere afspraken hebben gemaakt over het indienen van memories, geldt daarover het volgende. In spoedbodemprocedures worden de termijnen verkort tot twee weken. De verwerende partij wordt uitgenodigd op die termijn van antwoord te dienen. Uitstel is mogelijk gedurende twee maal twee weken, doch uiterlijk tot twee weken voor de mondelinge behandeling.

Indien de verwerende partij tevens een eis in reconventie indient, zal de verweerder in reconventie uitgenodigd worden van antwoord in reconventie te dienen, doch uiterlijk tot twee weken voor de mondelinge behandeling. Is die termijn niet meer voorhanden, dan zal het verweer tegen de reconventionele vordering ter zitting geschieden.

Indien de Voorzitter verlof tot spoedbehandeling weigert, kan hij beslissen dat het geschil op verkorte termijn wordt behandeld. Voor de termijnen waarbinnen de memories moeten worden ingediend betekent dit dat een geschil met drie arbiters wordt behandeld alsof het een geschil is met één arbiter. Partijen kunnen ook verzoeken om een dergelijke behandeling op verkorte termijn, welk verzoek wordt toegestaan als het door partijen gezamenlijk is gedaan en wordt beoordeeld als het door één partij is gedaan.

12. Kort geding/aanbesteding

In kort gedingen en aanbestedingsgeschillen wordt gehandeld naar bevind van zaken, doch steeds zodanig dat partijen hun stellingen en verweren behoorlijk naar voren kunnen brengen. Ook bij spoedplaatsopnemingen wordt gehandeld naar bevind van zaken. Een reactie op de inhoud van het verzoek tot spoedplaatsopneming kan in een korte zitting vóór de plaatsopneming aan de orde komen. De plaatsopneming kan niet gebruikt worden voor een uitwisseling van inhoudelijke stellingen en verweren.

13. Indiening van stukken

Partijen moeten ernaar streven om stukken waarop zij een beroep willen doen zoveel mogelijk samen met hun verzoekschrift of memories in het geding te brengen. Als zij na de beëindiging van de schriftelijke discussie aanvullende stukken overleggen, kan het scheidsgerecht in verband met de omvang of complexiteit van die stukken en/of het late tijdstip van indiening de mondelinge behandeling verdagen of de toevoeging van de stukken aan het procesdossier weigeren, dan wel een andere beslissing nemen die het geraden voorkomt.

Inzake het overleggen van producties wordt verzocht de navolgende gedragsregels in acht te nemen:

  1. De overgelegde producties nummeren door middel van genummerde tabbladen, en wel doorlopend. Is bijvoorbeeld de laatste productie bij de memorie van eis voorzien van nummer 10, dan dient de eerste productie bij de memorie van antwoord met 11 te worden genummerd. Mocht zulks nog niet zijn gedaan bij een reeds ingediende memorie van eis, dan dient daarmee bij de eerstvolgende memorie te worden begonnen.
  2. Wanneer in een memorie wordt verwezen naar een productie - hetzij gevoegd bij deze memorie, dan wel reeds in het geding gebracht bij een eerdere memorie - dan daarbij het productienummer vermelden.
  3. De bij een memorie over te leggen producties separaat van de memorie bundelen met vermelding van bijvoorbeeld "bij repliek".
  4. De over te leggen kopieën op hun leesbaarheid controleren.
  5. De stukken worden in beginsel niet dubbelzijdig gedrukt/geprint. Dit geldt in ieder geval voor de memories en aktes en dergelijke processtukken. Wel wordt partijen in overweging gegeven zeer omvangrijke stukken, zoals het bestek, buigstaten en dergelijke wel dubbelzijdig af te drukken.
  6. Bij overlegging van kopieën van foto's de originelen ter zitting ter beschikking van arbiters houden.
  7. Uiterlijk per de datum waarop de laatste memorie moet worden ingediend, dient iedere partij een inventarislijst (in viervoud dan wel in zesvoud) in te dienen met een specificatie van de door de eigen partij overgelegde producties. Indien de mondelinge behandeling op een kortere termijn dan 2 weken na de oproeping is, dient de inventarislijst zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk ten dage van de mondelinge behandeling in het nodige veelvoud te worden ingediend, respectievelijk overgelegd ter zitting.
14. In schema

Schematisch weergegeven betekent een en ander (tenzij anders is aangegeven, is het toaal van termijn en uitstellen genoemd):

gewoon geschil:

eis    
betaling waarborgsom    
antwoord:  1 arbiter of verkorte termijn:  2 x 4 weken;
   3 arbiters:  4 + 8 weken;
   daarna maximaal 3 x 4 weken nader uitstel.
benoeming scheidsgerecht + bepaling wel of geen re- en dupliek
repliek:  1 arbiter of verkorte termijn:  2 x 4 weken
   3 arbiters:  4 + 8 weken
dupliek:  1 arbiter of verkorte termijn:  2 x 4 weken
   3 arbiters:  4 + 8 weken
mondelinge behandeling:   geen re- en dupliek:  minimaal 4 weken na
 mededeling datum
   wel re- en dupliek:

 minimaal 2 weken na 
 dupliek peremptoir

klein geschil:
geen re- en dupliek

hoger beroep:
grieven
betaling waarborgsom
benoeming scheidsgerecht
antwoord:                                    3 x 4 weken

incidenten, vrijwaring:
steeds 3 weken in plaats van 4 weken

spoedbodemgeschil
:
steeds 2 weken in plaats van 4 weken

kort geding, aanbesteding, spoedplaatsopneming:
naar bevind van zaken

faillissement, schuldsanering:

eiser:  2 maanden voor beraad
verweerder:  parkeerrol


parkeerrol, pro forma, faillissement verweerder:
1 jaar voor bericht, tussentijds mogelijkheid terugplaatsing naar gewone rol

Waarborgsom‐/moderatieschema RvA en AIBk per 1 oktober 2012 


Eerste aanleg


Eis in hoofdsom Wbsom In rekening te brengen (inclusief btw)
van tot      
 € -    € 1.000  € 250  gefixeerd op    € 250
 € 1.000  € 2.500  € 500  gefixeerd op    € 500
 € 2.500  € 3.500  € 1.250  gefixeerd op    € 1.250
 € 3.500  € 5.000  € 1.750  gefixeerd op    € 1.750
         
 € 5.000  € 7.500  € 2.500  werkelijke kosten, maximaal  € 2.500
 € 7.500  € 12.500  € 3.000  werkelijke kosten, maximaal  € 3.000
 € 12.500  € 22.500  € 3.750  werkelijke kosten, maximaal  € 3.750
 € 22.500  € 27.500  € 4.000  werkelijke kosten, maximaal  € 4.500
 € 27.500  € 35.000  € 4.250  werkelijke kosten, maximaal  € 5.000
 € 35.000  € 40.000  € 4.750  werkelijke kosten, maximaal  € 5.500
 € 40.000  € 42.500  € 5.000  werkelijke kosten, maximaal  € 6.250
 € 42.500  € 47.500  € 5.500  werkelijke kosten, maximaal  € 6.500
 € 47.500  € 50.000  € 5.750  werkelijke kosten, maximaal  € 7.000
 € 50.000  € 100.000  € 6.500  werkelijke kosten, maximaal  € 9.000
         
 € 100.000  € 250.000  € 10.000  werkelijke kosten+urenfactor 1,5   
 € 250.000  ∞   € 20.000  werkelijke kosten+urenfactor 2,0   
         

 Hoger beroep


 €  -    € 12.500  € 3.000  gefixeerd op    € 3.000
 € 12.500  € 50.000  € 4.250  werkelijk kosten, maximaal    € 10.000
         
 € 50.000  € 100.000  € 6.500  werkelijke kosten    
         
 € 100.000  € 250.000  € 10.000  werkelijke kosten+urenfactor 1,5   
 € 250.000  ∞   € 20.000  werkelijke kosten+urenfactor 2,0   
       

 


Waarborgsom‐/moderatieschema RvA en AIBk van toepassing op geschillen aanhangig gemaakt vanaf 1 januari 2018


Eerste aanleg


Eis in hoofdsom Wbsom In rekening te brengen (inclusief btw)
van tot      
 € -    € 1.000  € 250  Vast tarief    € 250
 € 1.000  € 2.500  € 500  Vast tarief    € 500
 € 2.500  € 3.500  € 1.250  Vast tarief     € 1.250
 € 3.500  € 5.000  € 1.750  Vast tarief     € 1.750
         
 € 5.000  € 7.500  € 2.000  werkelijke kosten, maximaal   waarborgsom  € 2.000
 € 7.500  € 12.500  € 2.500  werkelijke kosten, maximaal   waarborgsom  € 2.500
 € 12.500  € 22.500  € 3.250  werkelijke kosten, maximaal   waarborgsom  € 3.250
 € 22.500  € 27.500  € 3.750  werkelijke kosten, maximaal   waarborgsom  € 3.750
 € 27.500  € 35.000  € 4.250  werkelijke kosten, maximaal   waarborgsom  € 4.250
 € 35.000  € 40.000  € 4.750  werkelijke kosten, maximaal   waarborgsom  € 4.750
 € 40.000  € 42.500  € 5.000  werkelijke kosten, maximaal   waarborgsom  € 5.000
 € 42.500  € 50.000  € 5.500

 werkelijke kosten, maximaal
 waarborgsom

 € 5.500
 € 50.000  € 100.000  € 7.500  werkelijke kosten, maximaal
 waarborgsom
 € 7.500
         
 € 100.000  € 375.000  € 10.000  werkelijke kosten+urenfactor 1,5   
 € 375.000  ∞   € 20.000  werkelijke kosten+urenfactor 2,0   
         

 Hoger beroep


 €  -    € 12.500  € 3.000  Vast tarief    € 3.000
 € 12.500  € 50.000  € 4.250  werkelijk kosten, maximaal    € 10.000
         
 € 50.000  € 100.000  € 6.500  werkelijke kosten    
         
 € 100.000  € 375.000  € 10.000  werkelijke kosten+urenfactor 1,5   
 € 375.000  ∞   € 20.000  werkelijke kosten+urenfactor 2,0   
       

 

 


Opmerkingen bij Waarborgsom-/moderatieschema
  1. De waarborgsom en de kosten bij behandeling door vijf arbiters worden afzonderlijk vastgesteld.
  2. In geschillen met een eis van onbepaalde waarde wordt deze eis voor toepassing van het waarborgsomschema door de voorzitter getaxeerd en voor de toepassing van het moderatieschema door het scheidsgerecht getaxeerd.
  3. De voorzitter/het scheidsgerecht is bevoegd om van het schema af te wijken mede op grond van het in artikel 9/artikel 13 lid 2 van het arbitragereglement bepaalde.
  4. Naast de mogelijkheden binnen het moderatieschema bestaat de mogelijkheid te procederen tegen verminderd tarief. Een verzoek daartoe moet worden gericht aan de voorzitter onder overlegging van een inkomensverklaring van de Raad voor Rechtsbijstand (ook wel genoemd VIValt).
  5. Bij het pro forma aanhangig maken van een geschil wordt een voorlopige waarborgsom van € 650,00 gevraagd.
  6. De werkelijk gemaakte kosten omvatten: honoraria en verschotten arbiters, uren besteed door de juridisch secretaris maal uurtarief (vergoeding secretariaat), kosten mondelinge behandeling berekend tegen een gefixeerd tarief, alsmede kosten depot vonnis.
  7. Het honorarium van arbiters bedraagt € 1.150,00 (exclusief btw) per dag. De vergoeding voor onkosten (verschotten) zoals reiskosten bedraagt een vast bedrag van € 125,00.
  8. De vergoeding secretariaat bedraagt per 1 juli 2015 € 225,00 (exclusief btw) per uur besteed door de juridisch secretaris en dient ter dekking van alle kosten van het bureau inclusief die van de juridische secretaris en van de algemene kosten. Eventuele reistijd wordt hierbij niet in rekening gebracht. De vergoeding voor onkosten (verschotten) zoals reiskosten bedraagt een vast bedrag van € 125,00.
  9. Het gefixeerde tarief voor de facilitaire voorzieningen van een mondelinge behandeling, of een raadkamer op een afzonderlijke dag, bedraagt bij één arbiter € 400,00 (exclusief btw) en bij drie arbiters € 600,00 (exclusief btw), ongeacht waar in Nederland.
  10. De depotkosten bedragen per 1 januari 2018 € 124,00 (per 1 januari 2019 € 127,00) (vrij van btw).
  11. De waarborgsommen dienen ter dekking van de kosten inclusief btw, maar eerst bij de berekening van de gemaakte kosten wordt de af te dragen btw in rekening gebracht.
  12. In geval van afzonderlijk behandelde incidenten (bevoegdheid, vrijwaring, etc.) kunnen de kosten daarvan los van de kosten van de hoofdprocedure in rekening gebracht worden.