Provisionele vorderingen (artikel 223 Rv-oud resp. art. 1043b lid 1 Rv-nieuw indien het geschil na 1 januari 2015 aanhangig is gemaakt)

Het kan zijn dat er tijdens een procedure op tegenspraak acuut behoefte ontstaat aan een tijdelijke maatregel. In kort geding kan worden gevorderd dat het scheidsgerecht zo’n maatregel treft. In dat geval wordt meestal een ander scheidsgerecht benoemd dan in de lopende bodemprocedure.

Ook kan zo’n maatregel in de lopende procedure worden gevorderd, voor de duur van het geding. Dit wordt een “provisionele vordering” genoemd. In dat geval doet het in de lopende bodemprocedure fungerende scheidsgerecht zelf uitspraak over de gevorderde tijdelijke maatregel in een provisioneel vonnis (tussenvonnis).

U dient duidelijk aan te geven dat u een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde maatregel. Net als in kort geding bepaalt het scheidsgerecht hoe de procedure verloopt voor zover het de provisionele vordering betreft. De rest van de hoofdzaak verloopt in beginsel zoals alle andere procedures van de betreffende soort.