Samenvoeging in geval van “samenhang” tussen de onderwerpen

In artikel 17 lid 1 Arbitragereglement RvA staat het volgende over samenvoeging van gedingen:

Een partij in een bij de [RvA] aanhangig arbitraal geding, waarvan het onderwerp samenhangt met een bij een ander arbitrage-instituut in Nederland aanhangig arbitraal geding, kan verzoeken om die gedingen algeheel samen te voegen, mits dat andere geding (hierna ook: het samen te voegen geding) wordt gevoerd onder toepasselijkheid van een reglement dat op inhoudelijk overeenkomstige wijze voorziet in de mogelijkheid van algehele samenvoeging van arbitrale gedingen. Het verzoek tot samenvoeging kan reeds worden gedaan in de memorie waarmee het eigenlijke geschil bij de [RvA] aanhangig wordt gemaakt

De noodzakelijke “samenhang” kan voortvloeien uit het feit dat een oordeel wordt gevraagd over het al dan niet bestaan van hetzelfde (of dezelfde) rechtsfeit(en), al dan niet in de rechtsverhouding tussen dezelfde partijen. Ook redenen van efficiëntie kunnen voldoende reden zijn voor een samenvoeging.

NB: de hier behandelde samenvoeging wegens samenhang betreft uitsluitend de samenvoeging van geschillen die lopen bij de RvA en geschillen die lopen bij andere arbitrale instanties en niet de gezamenlijke mondelinge behandeling van twee zaken die beide bij de RvA lopen. Voor die gezamenlijke mondelinge behandeling op praktische gronden zijn er geen aparte regels.

Het onderstaande geldt zowel voor een verzoek tot samenvoeging van een geding dat aanhangig is bij de RvA met een geding dat aanhangig is bij een andere arbitrage-instelling, als andersom (art. 21 Arbitragereglement RvA).

Geen gedeeltelijke samenvoeging

Het is niet mogelijk een bij de RvA aanhangig geding gedeeltelijk samen te voegen met een bij een andere arbitrale instelling aanhangig geding (art. 17 lid 3 Arbitragereglement RvA).

In de regeling van het arbitragereglement van de RvA is uitdrukkelijk steeds sprake van algehele samenvoeging, om te voorkomen dat de "benoemingsbevoegden" (zie hierna) moeten beslissen over de reikwijdte van de samenvoeging.

Het staat na de samenvoeging iedere partij vrij om voor het nieuwe scheidsgerecht te bepleiten dat de samenvoeging alsnog moet worden beperkt, waarover het dan bevoegde (samengestelde) scheidsgerecht een vonnis op tegenspraak kan wijzen.

Geen samenvoeging tijdens geschil over bevoegdheid

Als in één van de samen te voegen gedingen een beroep op onbevoegdheid van het scheidsgerecht is gedaan, wordt het verzoek tot samenvoeging geacht niet te zijn gedaan (art. 17 lid 4 Arbitragereglement RvA).

Geen samenvoeging met kort geding of aanbestedingsgeschil

In artikel 23 lid 5 Arbitragereglement RvA is bepaald dat een bij de RvA aanhangig kort geding of aanbestedingsgeschil niet kan worden samengevoegd met een bij een andere arbitrage-instituut aanhangig geding.

Verschil met voeging/tussenkomst en vrijwaring
  • een verzoek tot voeging en tussenkomst moet “tijdig” worden gedaan (art. 15 lid 2 Arbitragereglement RvA) en een verzoek tot vrijwaring “vóór alle weren” (art. 16 lid 2 Arbitragereglement RvA), maar kan wel worden afgewezen op grond van de stand waarin het geding zich bevindt (art. 18 lid 4 Arbitragereglement RvA);
  • samengevoegde gedingen blijven afzonderlijke procedures: de partijen uit de oorspronkelijke procedures worden in geval van samenvoeging – anders dan bij voeging, tussenkomst en vrijwaring - geen partij in enige andere procedure en krijgen daarom ook niet automatisch de stukken uit die andere procedure, zoals in vrijwaring en voeging/tussenkomst.
Samenvoeging en hoger beroep

Op grond van artikel 1046 lid 6 Rv-oud (resp. art. 1061e Rv-nieuw indien het geschil na 1 januari 2015 aanhangig is gemaakt) gaat door de samenvoeging de mogelijkheid tot hoger beroep die de RvA kent verloren, tenzij partijen daarin alsnog voorzien.

Ook op grond van het arbitragereglement van de RvA gaat bij samenvoeging  het recht op hoger beroep verloren, tenzij alle partijen die mogelijkheid overeenkomen (art. 20 Arbitragereglement RvA). In dat laatste geval wordt vrijwel altijd gekozen voor de toepasselijkheid van de in het arbitragereglement van de RvA opgenomen bepalingen betreffende het hoger beroep.

Samenvoeging gedingen RvA, AiBk, KIvI en raad van arbitrage voor de Metaalnijverheid en -handel

Artikel 17 + 18 Arbitragereglement RvA, een oude versie van het reglement van het Arbitrage-instituut Bouwkunst (AiBk), en de arbitragereglementen van de geschillencommissie van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIvI) en de Raad van arbitrage voor de Metaalnijverheid en –handel (RM) zijn op elkaar afgestemd. Een opdrachtgever kan hierdoor voor zijn verzakte dak een vordering indienen tegen zijn aannemer, architect en constructeur bij het voor ieder van hen bevoegde arbitrage-instituut. Als hij vervolgens aan ieder instituut verzoekt de geschillen wegens samenhang samen te voegen, zal dat in beginsel worden gedaan. Partijen hoeven zich daarvoor niet tot de voorzieningenrechter te wenden.

Het staat elk ander arbitrage-instituut vrij een gelijksoortige regeling op te nemen. Mede met het oog daarop is in de regeling opgenomen dat indien tussen de "benoemingsbevoegden" over de samenstelling van het scheidsgerecht voor het samengevoegde geding geen overeenstemming wordt bereikt, partijen zich alsnog tot de voorzieningenrechter kunnen wenden (art. 18 lid 5 Arbitragereglement).

De wettelijke regeling van artikel 1046 Rv heeft hierdoor slechts betekenis voor de samenvoeging van een geschil bij de RvA met een geschil voor een arbitrage-instelling die geen gelijksoortige regeling in haar arbitragereglement heeft opgenomen en voor als de benoemingsbevoegden het niet eens kunnen worden (bijna alleen denkbeeldig).

Wet- en regelgeving over samenvoeging van arbitrale gedingen

Op de samenvoeging van gedingen voor de RvA zijn onder meer artikel 1046 Rv-oud (resp. art. 1061e Rv-nieuw indien het geschil na 1 januari 2015 aanhangig is gemaakt) en de artikelen 17-21 Arbitragereglement RvA van toepassing.

Voorbeelden processtukken samenvoeging