Inleiding

Het menu “Procederen voor de RvA” en het menu “Welke procedure?” vormen de inleiding op dit menu.

Hieronder treft u eerst informatie over de gewone bodemprocedure zonder complicaties. Daarna wordt kort besproken in welk opzicht de andere bodemprocedures daarvan verschillen.

Een andere procedure op tegenspraak, het kort geding, wordt in een apart menu behandeld. De hierna volgende informatie wordt daarbij bekend verondersteld.

Door een klik op de figuur in de rechter kantlijn krijgt u een verkort chronologisch overzicht van de gewone bodemprocedure zonder complicaties, met doorklik mogelijkheden naar voorbeelden van (proces)stukken en veelgestelde vragen. Dit zal u helpen het overzicht te bewaren bij het lezen van de onderstaande tekst.

Een klik op een term in de rechter kantlijn geeft een pop-up met de uitleg van deze term uit de Verklarende woordenlijst. Die woordenlijst kunt u ook benaderen via de knop rechts boven op deze pagina.

DE GEWONE BODEMPROCEDURE

Een bodemprocedure beginnen (aanhangig maken)
Een bodemprocedure begint met de indiening van een verzoekschrift of Memorie van Eis (MvE) en is “aanhangig” vanaf de datum van binnenkomst van dat stuk bij de RvA.

Memorie van Eis (MvE)

De MvE bevat de geschiedenis die voorafging aan de procedure (de feiten), de redenen waarom u meent dat u recht hebt op hetgeen u vordert (de gronden) en de vordering, waar het allemaal om draait.

De MvE moet een aantal basisgegevens bevatten en moet duidelijk en correct zijn. Er zijn verder geen vormvereisten. Lees meer over de inhoud van uw MvE in het menu “Schrijven van processtukken”.

Producties (bijlagen)
Voor de indiening van producties gelden de regels zoals weergegeven onder het kopje "Indiening van stukken" in het Rolreglement.

Reactie van de RvA op de MvE
Zowel de eiser(s) als de verweerder(s) ontvangen bericht van ontvangst van de MvE door de RvA. Aan de verweerder worden twee exemplaren van de ingediende stukken gezonden, tenzij de eiser dat al heeft gedaan.

Daarbij wordt de eiser verzocht een waarborgsom te storten en worden eiser en verweerder ieder verwezen naar de website van de RvA voor een lijst met arbiters die lid zijn van het College van Arbiters van de RvA (ledenlijst), met het verzoek uiterlijk bij indiening van de eerstvolgende memorie van de verweerder een gemeenschappelijke keuze daaruit te maken. De voorzitter van de RvA zal bij de benoeming zoveel mogelijk rekening houden met die keuze (zie hierna).

Indien een termijn dreigt te verstrijken, kan een MvE pro forma worden ingediend. Daarin moet de inhoud van de vordering duidelijk worden vermeld net zoals dat in een gewone MvE het geval is.

Aantal exemplaren waarin de MvE met eventuele producties (bijlagen) moet worden ingediend:

  • in viervoud, in zaken die door één arbiter moeten worden beslecht (financieel belang ≤ € 100.000,00);
  • in zesvoud, in zaken die door drie arbiters moeten worden beslecht (financieel belang > € 100.000,00);

Als er meer dan één verweerder is, telt u daarbij twee exemplaren op voor iedere extra verweerder. Voor (extra) verweerders die samen gebruik maken van één raadsman/gemachtigde hoeven echter slechts twee extra exemplaren te worden overgelegd.

Processtukken mogen worden gemaild, zonder de producties. Het originele exemplaar moet dan dezelfde dag per post worden verzonden met producties.

Waarborgsom en verdeling van de kosten van het geschil
De procedure gaat na de indiening van de MvE pas verder als de van de eiser verlangde waarborgsom door de RvA is ontvangen. Wordt deze niet ontvangen,

dan kan de voorzitter bij akte de instantie vervallen verklaren (het geschil is dan niet meer aanhangig).

De waarborgsom is uitsluitend bedoeld als zekerheid voor de RVA. De RvA verrekent te zijner tijd zijn kosten met de waarborgsom. Welke partij een waarborgsom heeft gestort, zegt dus niets over wie uiteindelijk de kosten van de procedure zal dragen. Hoeveel kosten iedere partij uiteindelijk moet dragen, wordt in beginsel bepaald op basis van de mate van gelijk en ongelijk.

Het kan zijn dat de verweerder 100% van de kosten moet dragen en dus uiteindelijk de hele waarborgsom aan de eiser moet “terug” betalen. Als er na verrekening van de kosten door de RvA geld overblijft, wordt dit overgemaakt aan de partij die daar recht op heeft. Wie dat is, blijkt uit het vonnis.

Het menu “Waarborgsom en kosten” bevat meer informatie over de waarborgsom en de kosten.

Memorie van Antwoord (MvA)

Pas als de waarborgsom is gestort, worden verweerders uitgenodigd om een MvA in te dienen.

De termijnen voor indiening van processtukken en eventueel benodigd uitstel daarvoor treft u in het Rolreglement.

Bij de RvA wordt min of meer automatisch uitstel verleend. Alle partijen ontvangen daarvan telkens bericht. Als het laatste uitstel wordt verleend, bericht de RvA dat

de gestelde termijn peremptoir is. Als niet binnen de peremptoire termijn de MvA (of een ander processtuk, als daarom werd gevraagd) binnen is, wordt akte van

niet-dienen verleend. De procedure gaat dan verder zonder het betreffende processtuk. Meestal betekent dit dat de Mondelinge Behandeling wordt voorbereid.

Als de RvA na de binnenkomst van de MvE een partij uitnodigt een stuk in te dienen (zoals de MvA), wordt daarbij vermeld in welk aantal dit moet gebeuren.

In de MvA geeft de verweerder zijn reactie op de MvE. Hij geeft zijn eigen mening over de feiten en de juridische kwalificatie daarvan en trekt daaruit een conclusie, die duidelijk van de rest van het processtuk is te onderscheiden door de aanduiding “MET CONCLUSIE” of “REDENEN WAAROM”.

De conclusie is meestal dat de vordering van eiser moet worden afgewezen (vaak

verwoord als: “dat eiser in zijn vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, althans dat deze hem moet worden ontzegd”), met veroordeling van eiser, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding.

Vaak wil de verweerder een tegeneis indienen. Zie daarvoor, en voor andere zaken die de procedure ingewikkelder kunnen maken, het menu “Complicaties in de procedure”.

Arbiters worden gekozen
Meestal lukt het partijen niet om – zoals hen door de RvA wordt verzocht - samen arbiters te kiezen. Zij hoeven daarover niets te berichten, want als de eerste memorie van verweerder(s) ontvangen is zonder dat partijen een gemeenschappelijke keuze kenbaar hebben gemaakt, kiest de voorzitter van de RvA de arbiters. In een spoedbodemprocedure, kort geding of spoedplaatsopneming zal de voorzitter altijd zelf de arbiter(s) kiezen, zodat de benoeming snel kan geschieden.

De voorzitter gaat, aan de hand van het curriculum vitae van de arbiters, zoveel mogelijk na of de door hem beoogde arbiters geen banden hebben (gehad) met een partij of om andere redenen een belangenconflict zouden kunnen hebben. Als hij geen mogelijk belangenconflict kan ontdekken, stuurt hij de arbiters een aanvaardingsbrief.

De beoogde arbiters beoordelen vervolgens ook zelf nog of niets er aan in de weg staat dat zij een onafhankelijk en onpartijdig oordeel vellen in het geschil tussen deze partijen. Op de aanvaardingsbrief melden zij of zij hun benoeming aanvaarden. Als een arbiter zijn benoeming niet aanvaard (dat gebeurt niet vaak, omdat de voorzitter al een “voorselectie” maakt), merken partijen daar overigens niets van. De voorzitter kiest dan gewoon een ander, totdat hij een geschikte arbiter heeft gevonden.

De benoeming van het scheidsgerecht
Na binnenkomst van de MvA wordt het scheidsgerecht door de voorzitter benoemd.

Liever een andere arbiter of secretaris
Het kan zijn dat een partij niet gelukkig is met de keuze voor een arbiter. Als hij dit aan de RvA meldt, kan die arbiter zich vrijwillig terugtrekken, waarna de voorzitter een ander zal benoemen.

Als er reële twijfel mogelijk is over de onpartijdigheid van de arbiter en deze trekt zich niet vrijwillig terug, kan een partij hem daartoe bewegen via een wrakingsprocedure. Die procedure speelt zich af voor de burgerlijke rechter. Door de dubbele check van belangenconflicten (door de voorzitter en de arbiters zelf), is een wraking overigens zeldzaam. Nog zeldzamer is een geslaagde wraking.

De wrakingsregeling geldt ook voor de aan het scheidsgerecht toegevoegde secretaris.

Nadere memories (Memorie van Repliek (MvR) en Memorie van Dupliek (MvD))

In een gewone bodemprocedure krijgen partijen na de MvA meestal de kans om nog een keer schriftelijk op elkaars stukken te reageren. Eiser krijgt dan de gelegenheid om een MvR in te dienen en verweerder mag vervolgens een MvD

indienen. Daarna is de zaak “afgeconcludeerd” en is deze meestal klaar voor de Mondelinge Behandeling.

Nadere producties
Partijen leggen soms vlak vóór of zelfs op de zitting nog nieuwe stukken over. Dat mag, maar arbiters kunnen besluiten dat die stukken niet worden opgenomen in het procesdossier, als zij van oordeel zijn dat de betreffende partij daarmee te laat is.

De Mondelinge Behandeling (MB) en bezichtiging

De MB is het moment dat – als het goed is - alle bij het geschil betrokkenen bij elkaar komen. Op de MB verschijnen meestal:

  • alle partijen en hun eventuele raadslieden
  • eventueel door partijen meegenomen deskundigen en getuigen/informanten
  • het scheidsgerecht en de secretaris

Partijen en hun raadslieden krijgen de gelegenheid hun standpunt nader toe te lichten. Vaak gebeurt dat aan de hand van een pleitnota. Indien mogelijk, is een korte en puntsgewijze weergave van de toelichting het beste. Graag ontvangen alle arbiters en de secretaris ieder een exemplaar van de pleitnota. Vergeet niet ook voldoende exemplaren mee te nemen voor de andere partijen en hun raadslieden. Het is niet nodig en niet gewenst bij pleidooi te herhalen wat al in de stukken staat. Het pleidooi is bedoeld om nieuwe zaken voor te brengen en bijzonderheden te accentueren. In beginsel krijgt iedere partij daarvoor niet meer dan ½ uur.

Meestal zullen arbiters en/of de secretaris vragen stellen aan partijen, hun raadslieden en/of adviseurs.

De regel is, dat de MB in de buurt van het werk worden gehouden, zodat het scheidsgerecht en alle andere aanwezigen tijdens een bezichtiging zelf kunnen zien waarover het geschil gaat. Van die regel wordt alleen afgeweken als een bezichtiging van het werk niet zal kunnen bijdragen aan de beslissing. Als de MB ver van het werk wordt gepland, kunt u altijd binnen de termijn die staat voor het indienen van de verhinderdata schriftelijk om een bezichtiging verzoeken, tenzij in die brief al is vermeld dat voor de plaats van de mondelinge behandeling uitgegaan wordt van een bezichtiging van het werk.

Als veel gebreken moeten worden bekeken tijdens de bezichtiging, is het goed handzame kopieën van plattegronden over te leggen, zodat eenvoudig te bepalen is waar bepaalde constateringen zijn gedaan. Die plaats is voor de partijen ook achteraf meestal nog gemakkelijk te bepalen, maar voor de arbiters en secretaris, die het werk voor het eerst zien, is dat zonder plattegronden vaak niet eenvoudig.

Als de verzoeker meetresultaten door arbiter wil laten constateren (bijvoorbeeld oneffenheden in vloeren of wanden, isolatiewaarden, temperaturen, vastlegging van de aanwezigheid van scheurvorming of holten in beton met ultrasoonmetingen etc.), dan dient hij er zelf voor te zorgen dat de daarvoor benodigde meetapparatuur en eventueel de deskundige bediener daarvan bij de bezichtiging aanwezig zijn. De verzoeker kan dat het beste ook van tevoren aankondigen.

De verzoeker dient te zorgen voor een veilige toegang tot het werk: de RvA aanvaardt geen risico’s voor de veiligheid van zijn mensen of hun eigendommen.

Als een partij een beroep wil doen op de verklaring van een deskundige, (als er directie wordt/werd gevoerd, geldt dit vaak voor de directievoerder) of een getuige/informant, is het verstandig deze mensen mee te nemen naar de MB, na dit schriftelijk te hebben aangekondigd.

Als arbiters van oordeel zijn dat een andere partij is geschaad door het tijdstip waarop deskundigenbewijs of getuigenbewijs wordt aangeboden, kunnen zij zo’n aanbod passeren.

Voorlopig oordeel en minnelijke regeling (schikking)
Tegen het einde van de Mondelinge Behandeling zal de voorzitter van het scheidsgerecht vaak aan partijen vragen, of zij nog bereid zijn om te proberen de zaak onderling te regelen.

Om hen daarbij te helpen, kan het scheidsgerecht een voorlopig oordeel geven over het geschil. Soms wordt dan een bedrag genoemd en soms worden op onderdelen principiële oordelen gegeven, maar het oordeel is altijd onder voorbehoud. Het kan immers zijn dat arbiters in raadkamer nog ergens op stuiten waardoor hun voorlopig oordeel wijzigt.

Het voorlopig oordeel is slechts bedoeld om partijen een richting te geven; zij mogen helemaal zelf weten wat zij overeenkomen. Dat mag heel anders zijn dan het voorlopig oordeel. De inhoud van een schikking bepalen zij zelf; de inhoud van een vonnis wordt bepaald door arbiters.

In geval van een minnelijke regeling wordt er flink bespaard op de proceskosten. Vaak profiteren beide partijen daarvan, omdat zij beiden voor een deel aan die kosten zouden moeten bijdragen.

Nadat zij een schikking hebben bereikt, kunnen partijen zelf een vaststellingsovereenkomst maken, of zij kunnen het scheidsgerecht vragen de minnelijke regeling vast te leggen in een schikkingsvonnis. 

Het nadeel van een vaststellingsovereenkomst is, dat de nakoming van de daarin vastgelegde afspraken niet zomaar ten uitvoer kan worden gelegd. De in het gelijk gestelde partij zal opnieuw moeten procederen, als zijn wederpartij die overeenkomst niet vrijwillig nakomt. 

Een schikkingsvonnis biedt - net als een gewoon arbitraal vonnis - na verlof van de Voorzieningenrechter (zie hierna) een executoriale titel en kan dus ten uitvoer worden gelegd door de deurwaarder.

Worden de afspraken vastgelegd in een schikkingsvonnis, dan is het geschil definitief ten einde. Hoger beroep tegen een schikkingsvonnis is namelijk uitgesloten. Daarom kan een minnelijke regeling zelfs interessant zijn voor een partij die voor 100% in het gelijk wordt gesteld.

Als partijen niet tot een onderlinge regeling komen, zal de voorzitter van het scheidsgerecht meestal de MB sluiten en zeggen dat vonnis zal worden gewezen. De procedure is dan “in staat van wijzen”, wat wil zeggen dat in beginsel door partijen (bijvoorbeeld door het alsnog indienen van stukken) geen invloed meer kan worden uitgeoefend op het oordeel. Het scheidsgerecht neemt in raadkamer een besluit, dat tezamen met de motivering daarvan door de secretaris wordt vastgelegd in een vonnis. 

Het vonnis

Uitreiking
Het duurt meestal enkele weken tot enkele maanden voordat partijen het vonnis uitgereikt krijgen. Het tijdstip van uitreiking is met name afhankelijk van de werkvoorraad van de secretarissen en het aantal met voorrang te behandelen spoedzaken dat binnenkomt.

Een schikkingsvonnis wordt veel sneller uitgereikt, omdat dit alleen maar hoeft te worden uitgetypt. De termijn voor voldoening aan de afspraken loopt meestal vanaf de datum van vastlegging en niet vanaf de datum van uitreiking van het schikkingsvonnis. Wacht dus niet op uitreiking voordat u de afspraken uitvoert!

Depot
Alle vonnissen (ook schikkingsvonnissen) en aktes tot herstel van een vonnis worden gedeponeerd bij de rechtbank te Amsterdam. Meestal wordt een vonnis aan de rechtbank gezonden op dezelfde dag als waarop het aan partijen wordt gezonden. Partijen ontvangen de akte van depot via de RvA. Andere stukken dan vonnissen en de eventueel daarop betrekking hebbende herstelakten worden niet gedeponeerd.

Na het vonnis

Hetgeen onder dit kopje wordt opgemerkt, geldt in beginsel voor alle procedures op tegenspraak voor de RvA.

Nakoming
In de ideale situatie, komen partijen een vonnis onmiddellijk na de ontvangst daarvan vrijwillig na en is het geschil daarmee uit de wereld. Leggen niet alle partijen zich neer bij het vonnis, dan zijn er de hierna genoemde mogelijkheden.

Nakoming afdwingen (exequatur)
Als een veroordeelde het vonnis niet vrijwillig nakomt, kan nakoming daarvan worden afgedwongen nadat de Voorzieningenrechter zijn verlof tot tenuitvoerlegging (exequatur) heeft verleend.

Het verzoek om exequatur te verlenen op een vonnis van de RvA moet worden gedaan bij de Voorzieningenrechter in Amsterdam, omdat daar de vonnissen van de RvA worden gedeponeerd (statutaire vestigingsplaats van de RvA). Deze heeft daar een origineel exemplaar van het vonnis voor nodig.

In de praktijk is een exequatur een “hamerstuk” dat vrijwel nooit wordt geweigerd en dat circa twee weken na de indiening van het verzoek wordt afgegeven. Een deurwaarder kan vervolgens het vonnis waarop het exequatur is verleend executeren (ten uitvoer leggen).

Let op: als het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, kunt u het wel executeren, maar wordt die executie geschorst (stilgelegd) als hoger beroep wordt ingesteld. Een exequatur kan alleen worden verleend als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, als er geen hoger beroep meer tegen het vonnis openstaat, of als partijen schriftelijk afstand hebben gedaan van hun recht op hoger beroep.

De Voorzieningenrechter controleert dit en beoordeelt of het vonnis verder ook voldoet aan de eisen die de wet stelt, zoals de vermelding van de namen van de partijen en de aanwezigheid van de handtekeningen van de arbiters. Zo ja, dan vermeldt hij op het vonnis dat dit ten uitvoer mag worden gelegd. Een deurwaarder kan het vonnis dan executeren (bijvoorbeeld eigendommen van de weigerachtige partij executoriaal verkopen).

Raakt het vonnis met het exequatur verloren, dan zal men zich tot een advocaat moeten wenden, omdat afgifte van een tweede exemplaar uitsluitend mogelijk is via een procedure voor de gewone rechter, waarbij rechtsbijstand verplicht is.

De gronden voor weigering van een exequatur zijn limitatief opgesomd in artikel 1063 Rv.

Hoger beroep
Als u het niet eens bent met de beslissing in het vonnis, kunt u daartegen in hoger beroep gaan. Let op: dit kan alleen binnen een bepaalde termijn en is niet mogelijk, indien het vonnis, ware het gewezen door de gewone rechter, niet vatbaar zou zijn geweest voor hoger beroep.

Herstel of aanvulling
Als het vonnis een kennelijke fout bevat, of niet volledig is, kunt u een verzoek doen tot herstel of aanvulling daarvan. Let op: dit kan alleen binnen een bepaalde termijn. Aanvulling van het vonnis kan alleen als er geen hoger beroep tegen het vonnis mogelijk is.

Vernietiging
Op de in artikel 1065 Rv genoemde gronden (geldige arbitrageovereenkomst ontbreekt, samenstelling scheidsgerecht in strijd met de regelen, scheidsgerecht heeft zich niet aan opdracht gehouden, ontbreken van motivering en strijd met openbare orde) kan een arbitraal vonnis geheel of gedeeltelijk worden vernietigd door de rechtbank waar het vonnis is gedeponeerd. In geschillen waarop het arbitragerecht van toepassing is zoals dat geldt vanaf 1 januari 2015 gebeurt de vernietiging door het gerechtshof van het ressort waarin de plaats van arbitrage (bij de RvA is dat Amsterdam) is gelegen.  

Als hoger beroep nog mogelijk is, moet u (eerst) die weg volgen indien op het geschil het arbitragerecht van toepassing is zoals dat gold tot 1 januari 2015. In geschillen waarop het arbitragerecht van toepassing is zoals dat geldt vanaf 1 januari 2015 geldt deze eis niet. 

Een vordering tot vernietiging van een arbitraal vonnis moet binnen drie maanden na de datum van depot daarvan bij de rechtbank/het gerechtshof (zie hierboven) worden ingesteld, tenzij het vonnis met exequatur aan de wederpartij wordt betekend. In dat geval gaat een nieuwe termijn van drie maanden lopen (artikel 1064 Rv lid 2 (oud) respectievelijk lid 3 (nieuw)).

Voor de wettelijke bepalingen omtrent vernietiging van een arbitraal vonnis zie de artikelen 1064-1067 Rv-oud (resp. art. 1064a-1067 Rv-nieuw indien het geschil na 1 januari 2015 aanhangig is gemaakt).

Een geslaagd beroep op vernietiging komt erg weinig voor.

Herroeping
Nog zeldzamer is de mogelijkheid van herroeping.

Het gerechtshof van het ressort waar een vonnis is gedeponeerd, kan dat vonnis herroepen op de grond dat (art. 1068 Rv):

  1. het vonnis geheel of ten dele berust op na de uitspraak ontdekt bedrog, door of met medeweten van de wederpartij gepleegd in de arbitrale procedure;
  2. het vonnis geheel of ten dele berust op stukken die na de uitspraak vals blijken te zijn;
  3. een partij na de uitspraak stukken die op de beslissing van het scheidsgerecht van invloed zouden zijn geweest en door de wederpartij zijn achtergehouden, in handen heeft gekregen.

Het effect van een geslaagd beroep op herroeping is vernietiging van het bestreden vonnis.

Het beroep moet in beginsel binnen drie maanden na de ontdekking van de herroepingsgrond bij dagvaarding worden ingediend.

Verkorte termijnen

In de gewone bodemprocedure krijgt de partij die aan de beurt is een uitnodiging om binnen 4 weken haar processtuk in te dienen. Is het stuk na die eerste 4 weken niet binnen, dan wordt als volgt ambtshalve uitstel verleend:

als er 3 arbiters zijn benoemd:           maximaal 8 weken
als er 1 arbiter is benoemd:   maximaal 4 weken

Bij 3 arbiters moet een processtuk dus ontvangen zijn binnen 12 weken (4 + 8) en bij 1 arbiter binnen 8 weken (4 + 4).

De voorzitter van de RvA kan in geschillen met 3 arbiters besluiten dat geprocedeerd wordt op verkorte termijnen. Dan worden voor de indiening van ieder processtuk telkens maar 4 in plaats van 8 weken ambtshalve uitstel verleend. Het totaal van de termijnen is dan geen 12, maar 8 weken, net als bij 1 arbiter.

Verder zijn er geen verschillen met de gewone bodemprocedure. Zo blijft nader uitstel voor indiening van de memorie van antwoord mogelijk met toestemming van de wederpartij of op voldoende gemotiveerd verzoek van één partij (art. 3 Rolreglement) en voor alle processtukken op grond van zwaarwegende redenen (art. 6 Rolreglement).

De voorzitter kan op verzoek van een partij of ambtshalve besluiten tot een procedure op verkorte termijnen.

De termijnen worden meestal ambtshalve verkort:

  • als een verzoek tot spoedbehandeling wordt afgewezen en
  • als tegen een vonnis in een Kort Geding of Spoedbodemprocedure hoger beroep is ingesteld, maar in de Memorie van Grieven geen verzoek om spoedbehandeling is gedaan.
Kleine geschillen

Geschillen waarin de (geschatte) eis in hoofdsom lager is dan € 5.000,00 worden behandeld volgens een vereenvoudigde procedure.

Als de voorzitter van de RvA meent dat een geschil hiervoor in aanmerking komt, wordt dat medegedeeld in de brief waarbij de ontvangst van de MvE wordt bevestigd.

Het (enige) verschil met de volledige gewone bodemprocedure is, dat Repliek en Dupliek achterwege blijven en dat meteen na de MvA de Mondelinge Behandeling wordt gepland.

SPOEDBODEMPROCEDURES

De gewone spoedbodemprocedure
Een spoedbodemprocedure is aanzienlijk korter dan een gewoon bodemgeschil want:

  • partijen krijgen geen gelegenheid samen arbiters te kiezen; de voorzitter benoemt het scheidsgerecht direct;
  • er zijn in beginsel geen Repliek en Dupliek, alleen Eis en Antwoord;
  • direct na ontvangst van de MvE wordt de Mondelinge Behandeling gepland;
  • de gewone termijnen gelden niet: de termijnen worden aangepast aan het spoedeisend belang van de verzoeker.

Dit laatste kan zelfs betekenen dat wordt toegestaan dat de MvA pas op de Mondelinge Behandeling wordt ingediend. Het scheidsgerecht bepaalt dit, en het verdere verloop van de procedure ad hoc. Het scheidsgerecht kan bijvoorbeeld, als het dit mogelijk en nuttig oordeelt, op de mondelinge behandeling of op een later tijdstip mondeling uitspraak doen (art. 14 lid 13 Arbitragereglement RvA). De schriftelijke vastlegging van de uitspraak (het vonnis) blijft te allen tijde bindend, mocht er onverhoopt een verschil zijn met de mondelinge uitspraak, zo wordt via het laatste zinsdeel van artikel 14 lid 13 Arbitragereglement RvA benadrukt.

Voorts kan het scheidsgerecht op verzoek van een partij of ambtshalve het geschil geheel of gedeeltelijk verwijzen naar de gewone arbitrageregeling; dit betekent dat alsnog re- en dupliek volgen. Gedeeltelijke verwijzing kan bijvoorbeeld gebeuren, als er betaling van een klein bedrag aan schadevergoeding wordt gevorderd wegens ondeugdelijk stucwerk (niet spoedeisend) naast herstel van een ernstige lekkage (wel spoedeisend). Het scheidsgerecht zal alleen ambtshalve verwijzen, als een beslissing nog niet mogelijk is.

Criteria voor spoedbehandeling
Voor spoedbehandeling komen in beginsel alle bodemgeschillen in aanmerking, waarvan de verzoekende partij onderbouwd aangeeft dat zij een spoedeisend belang heeft bij beslechting ervan. Een spoedeisend belang wordt in het algemeen geacht aanwezig te zijn, indien behandeling op gewone termijn niet afgewacht kan worden. Behandeling op gewone termijn zal doorgaans ongeveer een jaar duren en dat kan voor sommige geschillen te lang zijn. Of er sprake is van een spoedeisend belang, beslist de voorzitter van de Raad. De wederpartij krijgt gelegenheid kanttekeningen te plaatsen bij het verzoek om spoedbehandeling. Het kan dan nodig blijken dat de verzoekende partij het spoedeisend belang nog nader toelicht. Over de beslissing van de voorzitter om spoedbehandeling wel of niet toe te staan wordt niet gecorrespondeerd en er staat geen beroep tegen open.

Spoedbehandeling leidt meestal tot een vonnis op termijn van drie à vier maanden na aanhangigmaking van het geschil, mede afhankelijk van de mogelijkheden bij de agendering. Het criterium voor verlof tot spoedbehandeling is dan ook of een vonnis op die termijn nodig is gezien de vordering en de verdere inhoud van het geschil. Daarbij wordt tevens in de gaten gehouden of de wederpartij door de spoedbehandeling niet in haar verdediging wordt geschaad. Het geschil moet zich lenen voor beoordeling na uitsluitend eis en antwoord, want re- en dupliek worden in beginsel niet toegelaten.

Bij geldvorderingen wordt beoordeeld of volgens de stellingen van de eiser-niet consument het bedrijf solvabiliteits- of liquiditeitsproblemen krijgt zonder spoedige toewijzing dan wel of volgens de stellingen van de eiser-consument hij niet in staat is herstel van gebreken te financieren en dat herstel spoedeisend is. Als gebreken het onderwerp zijn van een verzoek tot spoedbehandeling wordt bekeken of het bouwwerk zonder spoedig herstel van die gebreken niet reëel bruikbaar is.

Het verzoek tot spoedbehandeling kan onder meer worden afgewezen:

  • Als de eiser zelf te lang heeft gewacht met het aanhangig maken van het geschil, bijvoorbeeld als betaling van facturen wordt gevraagd die al geruime tijd daarvoor zijn verzonden en er na verzending van de facturen niets of te weinig is gebeurd, of als een opdrachtgever herstel van gebreken vraagt die al geruime tijd bestaan en opdrachtgever al die tijd heeft stilgezeten;
  • Als de eiser zelf ervoor heeft gezorgd dat het spoedeisend is, bijvoorbeeld als het gebrek al geruime tijd bestaat, opdrachtgever al die tijd stil heeft gezeten en het dan als gevolg van het verergeren van het gebrek ineens wel spoedeisend wordt;
  • Als het geschil heel complex is (veel ordners, veel meer- en minderwerk etc.) en vooraf al duidelijk is dat zich dit niet voor spoedbehandeling leent;
  • Als er vervangende schadevergoeding i.p.v. herstel wordt gevorderd en niet blijkt dat opdrachtgever het herstel zonder schadevergoeding niet kan bekostigen;
  • Als niet gemotiveerd is waarom er een spoedeisend belang is (eisers worden dan eerst nog wel in de gelegenheid gesteld om aan te geven wat het spoedeisend belang is);
  • Als slechts gesteld wordt dat verweerder dreigt te failleren, maar het gegeven dat verweerder dreigt te failleren is geen reden om zonder meer spoedverlof af te wijzen.

NB 1: als hoger beroep wordt ingesteld tegen een vonnis in een spoedbodemprocedure wordt dat hoger beroep niet automatisch met spoed behandeld. Er moet in hoger beroep opnieuw om spoedbehandeling worden verzocht.

NB 2: Anders dan in de spoedbodemprocedure voor aanbestedingsgeschillen en in kort geding, wordt in de gewone spoedbodemprocedure een peremptoire termijn gesteld voor indiening van de Memorie van Antwoord. Op de zitting kan dan weliswaar nog verweer worden gevoerd, maar is het te laat voor -bijvoorbeeld - een verzoek tot oproeping in vrijwaring (art. 16 lid 2 Arbitragereglement RvA).

De spoedbodemprocedure voor aanbestedingsgeschillen

Alle geschillen, die betrekking hebben op de procedure volgens een aanbestedingsreglement (bijvoorbeeld het UAR-1986) zijn aanbestedingsgeschillen.

In aanvulling op de specifieke kenmerken van alle spoedbodemgeschillen, geldt voor aanbestedingsgeschillen het volgende.

Het is niet zo dat aanbestedingsgeschillen vanzelf spoedgeschillen zijn, maar als de eiser een verzoek tot spoedbehandeling doet, wordt het aanbestedingsgeschil automatisch met spoed behandeld. Voor die spoedbehandeling is dus wel een verzoek van de eiser, maar geen toestemming van de voorzitter van de RvA nodig (art. 14 lid 5 Arbitragereglement RvA).

Verwijzing van een spoedaanbestedingsgeschil naar de gewone arbitrageregeling kan alleen gebeuren als de vordering strekt tot schadevergoeding (art. 14 lid 12 Arbitragereglement RvA).

De spoedbodemprocedure voor aanbestedingsgeschillen is een bodemprocedure en het sluitstuk is dus een vonnis met een definitief oordeel, in plaats van een tijdelijke maatregel zoals in kort geding. Het procedureverloop is echter anders dan een gewone spoedbodemprocedure, namelijk hetzelfde als in een kort geding.

NB: de eisende partij moet bijvoorbeeld een exemplaar van zijn MvE door een deurwaarder aan zijn wederpartij laten betekenen, net als bij een kort geding (art. 14 lid 7 Arbitragereglement RvA). Ook is het mogelijk de Memorie van Antwoord ter zitting in te dienen, wat in een spoedbodemprocedure niet kan.