Rechtsvorm en doel

De onafhankelijke Stichting Raad van Arbitrage voor de Bouw beslecht sinds 1907 geschillen op het gebied van de bouw en heeft zijn huidige vorm sinds de laatste statutenwijziging d.d. 27 april 2006.

Voorzitter

De Voorzitter van de RvA is een rechter of oud-rechter. Hij wordt voorgedragen door de Raad voor de Rechtspraak en wordt benoemd door het bestuur van de RvA.

Sinds 17 november 2010 is mr. K.E. Mollema voorzitter van de RvA. Mr. Mollema is sinds 1 oktober 2014 oud-coördinerend senior-raadsheer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (civiele sector) en thans raadsheer-plaatsvervanger.

Bestuur

Er zijn 9 bestuursleden naast de voorzitter.

In het bestuur van de RvA zijn de 3 soorten partijen in de bouwwereld evenwichtig vertegenwoordigd:

opdrachtgevers: Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Vereniging van
Nederlandse Gemeenten VNG en het overkoepelend orgaan van
woningcorporaties, Aedes leveren ieder één bestuurslid, totaal derhalve drie.
aannemers: Bouwend Nederland levert drie bestuursleden.
adviseurs:  BNA, KIVI en NLingenieurs (architecten en ingenieurs)
leveren ieder één bestuurslid, in totaal derhalve drie.

Hier vindt u een overzicht van de leden van het bestuur en hun achtergrond.

College van Arbiters

Het College van Arbiters van de RvA bestaat uit 80 leden-deskundige (arbiters met een bouwkundige achtergrond) en 20 leden-jurist (arbiters met een juridische achtergrond).

De leden-deskundige worden voorgedragen door de bovengenoemde organisaties van opdrachtgevers, aannemers en adviseurs. Zij worden door deze organisaties geselecteerd op hun specifieke deskundigheid op bouwkundig terrein. De voorgedragen persoon moet een arbitrageprocedure in goede banen kunnen leiden.

De leden–jurist worden door de Voorzitter voorgedragen en zijn vrijwel altijd rechters of oud-rechters.

In het menu "Ledenlijst" kunt u vinden welke achtergrond de leden van het College van Arbiters hebben.

Benoeming tot arbiter in het College van Arbiters

De voordracht wordt beoordeeld door het bestuur van de RvA. Daarbij vindt ook steeds een gesprek met de Voorzitter plaats.

Een benoeming tot arbiter geldt in eerste instantie voor drie jaar. Daarna vindt een evaluatie plaats. Indien die van beide zijden positief is, kan benoeming “voor het leven” plaatsvinden (dat wil zeggen: tot de statutaire eindleeftijd van 70 jaar).

De (voortdurende) opleiding van arbiters

Nieuwe arbiters leren tijdens een introductiecursus de theorie achter arbitrageprocedures. Daarnaast wonen zij een aantal arbitrages van de RvA bij als toehoorder, om praktische ervaring daarmee op te doen.

Vervolgens wordt de kennis van arbiters op verschillende wijzen op peil gehouden en aangevuld, bijvoorbeeld door specifiek op het arbiter-vak gerichte cursussen. De meest recente had als onderwerp het effectief leiding geven aan een zitting.

Verder houden arbiters bouwrechtelijke ontwikkelingen bij via hun abonnement op de wekelijkse digitale “Actualiteiten Bouwrecht”, op het maandblad Tijdschrift Bouwrecht (beide van het Instituut voor Bouwrecht). Daarnaast ontvangen arbiters deel 1 t/m 6 van de boekenreeks Bouw- en Aanbestedingsrecht.

Tot slot ontvangen de arbiters regelmatig een nieuwsbrief van de RvA met divers nieuws en ontwikkelingen die voor hun goed functioneren van belang zijn.

Secretarissen

De arbiters worden bijgestaan door 16 secretarissen (juristen, gespecialiseerd in het bouwrecht), die aan het scheidsgerecht worden toegevoegd en daarin een adviserende stem hebben.

Secretariaat

Het bestuur van de RvA, de scheidsgerechten en de secretarissen krijgen administratieve ondersteuning van het secretariaat. Indien u contact opneemt met de RvA, wordt u altijd eerst te woord gestaan door iemand van het secretariaat.

Financiering van de RvA

Alle kosten van de RvA worden betaald door de partijen die bij de RvA procederen. Bij het aanhangig maken van een geschil betaalt de eisende partij een waarborgsom. Bij uitreiking van het vonnis worden de kosten daarvan vastgesteld en verrekend met die waarborgsom. Als die waarborgsom onvoldoende blijkt, moet er door partijen/een partij een aanvulling worden betaald, in het andere geval wordt het restant gerestitueerd. Zie hiervoor verder het onderwerp “Waarborgsom en kosten” op de website in de kolom links.