WAARBORGSOM

Waarom een waarborgsom
De waarborgsom is uitsluitend bedoeld als zekerheid voor de RvA. De RvA verrekent te zijner tijd zijn kosten met de waarborgsom.

Welke partij een waarborgsom heeft gestort, zegt niets over wie uiteindelijk de kosten van de procedure zal dragen. Het kan zijn dat de verweerder 100% van de kosten moet dragen en dus uiteindelijk de hele waarborgsom aan de eiser moet “terug” betalen.

Hoogte waarborgsom
De RvA bepaalt de hoogte van de door de eiser te storten waarborgsom en ook de hoogte van de proceskosten aan de hand van de (eventueel: geschatte) hoogte van de hoofdsom van de vordering en de richtlijnen uit het Waarborgsom-/moderatieschema (dat sinds 1 januari 2011 onderdeel is van het Rolreglement).

Waarborgsom in reconventie
De verweerder wordt tevens eiser, als hij een eis in reconventie indient. Eisers betalen in beginsel een waarborgsom.

Als de vordering in conventie € 100.000,00 bedraagt, wordt een waarborgsom van € 10.000,00 verlangd. Als in reconventie vervolgens ook € 100.000,00 wordt gevorderd, kan het belang van het geschil oplopen tot € 200.000,00. Bij dat bedrag hoort nog steeds een waarborgsom van € 10.000,00. Dan zal € 5.000,00 aan waarborgsom worden gevraagd van de eiser in reconventie. Als dit bedrag is ontvangen, wordt € 5.000,00 terugbetaald aan de eiser in conventie, zodat het totaal aan gestorte waarborgsommen weer € 10.000,00 is.

Er wordt echter niet altijd een waarborgsom in reconventie gevraagd. Als in conventie € 100.000,00 wordt gevorderd en het verweer daartegen luidt dat de kosten van herstel van opleverpunten nog € 101.000,00 zullen bedragen, wordt vaak die gehele € 101.000,00 gevorderd in reconventie. Dat is niet helemaal correct, want de verweerder bedoelt zich in conventie voor € 100.000,00 te beroepen op verrekening en in reconventie € 1.000,00 te vorderen. Het geschil gaat in totaal slechts over € 101.000,00. In de reconventie, die eigenlijk maar € 1.000,00 (1%) van het geschil betreft, zal dan meestal geen waarborgsom worden gevraagd.

Aanvulling waarborgsom
Ook een aanvulling van de waarborgsom wordt in de regel gevraagd aan de eiser (in conventie, reconventie, of incident). Als er meerdere eisers zijn, bepaalt de RvA van wie de aanvulling van de waarborgsom wordt gevraagd. De mate van (on)gelijk van partijen en de kostenverdeling in het vonnis zal in ieder geval geen rol spelen als het scheidsgerecht bepaalt wie de waarborgsom moet betalen of aanvullen. Zolang de aanvulling niet is betaald, zal het vonnis niet worden uitgereikt.

Restant waarborgsom
Als er na verrekening van de kosten door de RvA geld overblijft, wordt dit overgemaakt aan de partij die daar recht op heeft. Wie dat is, blijkt uit het vonnis. Dat is niet alleen afhankelijk van de verdeling van de kosten, maar ook van de vraag wie de waarborgsom en aanvullingen daarop heeft gestort.

Verrekening met waarborgsom in ander dossier
Als een partij in het ene dossier weigert de kosten te betalen, terwijl de RvA in een ander dossier nog een waarborgsom van die partij heeft staan, kan de RvA de kosten van het ene dossier verrekenen met de waarborgsom in het andere dossier.

PROCESKOSTEN

Wat valt onder de proceskosten
Proceskosten zijn kosten die zijn gemaakt ten behoeve van een bij de RvA aanhangige procedure en ten behoeve van de voorbereiding van zo’n procedure.

Dit betreft de kosten die de RvA maakt, aan:

  • honorarium en verschotten van de arbiter(s);
  • uren van de secretaris;
  • zaalhuur;
  • eventuele overige kosten;
  • depot van het vonnis.

Daarnaast kan het zijn dat partijen kosten maken aan, bijvoorbeeld:

  • rechtsbijstand;
  • deskundigen;
  • getuigen.
Kosten die de RvA maakt

Honorarium en verschotten van arbiter(s)
Het honorarium van een arbiter bedraagt sinds 1 januari 2011 € 1.150,00 exclusief btw per dag. De arbiter(s) ontvangen een vast bedrag aan verschotten van € 125,00. 

Uren secretaris
De vergoeding secretariaat bedraagt per 1 juli 2015 € 225,00 (exclusief btw) per uur besteed door de juridisch secretaris en dient ter dekking van alle kosten van het bureau inclusief die van de juridische secretaris en van de algemene kosten. Eventuele reistijd wordt hierbij niet in rekening gebracht. De vergoeding voor onkosten (verschotten) zoals reiskosten bedraagt een vast bedrag van € 125,00.

Zaalhuur
Voor zaalhuur worden vaste tarieven gerekend, afhankelijk van het aantal arbiters. Bij 1 arbiter wordt € 400,00 gerekend en bij 3 arbiters € 600,00.

Kosten depot vonnis
De werkelijke kosten van het depot van het vonnis bij de rechtbank worden aan partijen doorberekend (2017: € 122,00).

Eventuele overige kosten
Indien betekening van de memorie van eis bij deurwaardersexploot heeft plaatsgevonden, worden de werkelijke kosten daarvan doorberekend.

Indien het scheidsgerecht deskundigen heeft benoemd, of op een andere wijze kosten heeft gemaakt die niet hierboven zijn genoemd, worden deze eveneens doorberekend.

BTW
Behalve over de kosten van het depot van het vonnis, wordt over alle bedragen btw in rekening gebracht.

Het aandeel van de btw in het totaalbedrag van de kosten verschijnt in het vonnis. Aan de betalende partij(en) wordt een factuur verstrekt ter zake van de btw , ten behoeve van eventuele verrekening met de fiscus.

Hoogte van de kosten van de RvA
Bij het berekenen van de hoogte van de waarborgsom en van de uiteindelijke proceskosten aan de zijde van de RvA neemt het scheidsgerecht de richtlijnen uit het Waarborgsom-/moderatieschema als uitgangspunt. Onder omstandigheden kan daar echter van worden afgeweken.

Op grond van het Waarborgsom-/moderatieschema is de hoogte van de vordering in hoofdsom bepalend voor het kostentarief. Renten en (buitengerechtelijke) kosten vallen niet onder de vordering in hoofdsom. Een gevorderde dwangsom in beginsel ook niet, maar deze wordt onder omstandigheden wél opgevat als een aanwijzing voor het financiële belang van een vordering (vb: er wordt herstel gevorderd, zonder specificatie van de herstelkosten). Let dus op dat u geen buitensporig hoge dwangsom vordert!

Voor het overige hangt de hoogte van de rekening af van veel omstandigheden. Zo zullen de kosten van de RvA kunnen worden beperkt als partijen zich goed hebben voorbereid. Een slechte voorbereiding door partijen kan leiden tot het onnodig oplopen van de kosten. Als bijvoorbeeld pas op de zitting specifiek verweer wordt gevoerd tegen onderdelen van de vordering, moet niet zelden een tweede mondelinge behandeling worden gehouden.

Kosten van de RvA en faillissement van een partij
Het faillissement van één der partijen kan ervoor zorgen dat deze aan geen enkele betalingsverplichting meer kan voldoen.

De RvA zal zijn kosten verrekenen met de aanwezige waarborgsommen, ongeacht de vraag of de partij die deze heeft gestort draagplichtig is, en zal een vonnis in beginsel niet uitreiken, als zijn kosten niet volledig zijn voldaan.

Dit kan betekenen dat een partij die in het gelijk wordt gesteld tóch opdraait voor de kosten en zijn vordering ter zake daarvan moet indienen in het faillissement van zijn wederpartij.

Onder “faillissement” in de verklarende woordenlijst vind u meer informatie over het faillissement van een (beoogde) partij.

Kosten die partijen maken

Ook zonder dat u een vordering instelt met betrekking tot de proceskosten, zal het scheidsgerecht een oordeel geven over de verdeling daarvan tussen de partijen (Artikel 13 lid 1 Arbitragereglement RvA). Daarbij worden de door de RvA in uw dossier gemaakte proceskosten betrokken en eventueel een forfaitaire vergoeding voor kosten van processuele bijstand.

Kosten rechtsbijstand (in rechte)
Een eventuele vergoeding voor kosten van rechtsbijstand tijdens een procedure voor de RvA worden bepaald volgens het puntenstelsel in de “Leidraad vergoeding kosten rechtsbijstand”. Op basis van die Leidraad wordt forfaitair berekend wat een partij aan kosten van rechtsbijstand heeft betaald, althans: op welke vergoeding hij recht heeft voor de door zijn raadsman verrichte handelingen.

De Leidraad is een richtlijn, waarvan onder omstandigheden kan worden afgeweken. Uiteindelijk gaat het om het oordeel van arbiters in billijkheid. Arbiters hoeven evenmin als de burgerlijke rechter hun oordeel ten aanzien van de kosten te motiveren. Een afwijking van het puntenstelsel in de Leidraad zullen zij echter meestal wel motiveren.

Vaak zijn aan twee kanten kosten van rechtsbijstand gemaakt. Partijen die ieder voor 50% gelijk krijgen, dragen meestal ieder hun eigen kosten.

Stel dat partijen volgens de Leidraad ieder € 2.900,00 aan kosten van rechtsbijstand hebben gemaakt, dus € 5.800,00 in totaal.

Als de eiser voor 80% in het gelijk is gesteld, heeft hij recht op vergoeding van 80% van de door hem betaalde € 2.900,00. Maar tegelijkertijd is de verweerder voor 20% in het gelijk gesteld. Deze heeft daarom recht op vergoeding van 20% van de door hem betaalde € 2.900,00.

Per saldo moet de verweerder daarom aan de eiser betalen:

80% x € 2.900,00 -/- 20% x € 2.900,00 = 60% x € 2.900,00 = € 1.740,00.

Achteraf heeft de eiser dan € 1.160,00 (= 20% van alle kosten ad € 5.800,00) betaald en de verweerder € 4.640,00 (= 80% van alle kosten ad € 5.800,00).

Andere kosten die partijen tijdens de procedure maken
Hebt u bijzondere proceskosten gemaakt, zoals die ter zake van een getuigenverhoor, spoedplaatsopneming, beslag, deskundigenonderzoek of iets dergelijks, dan dient u vergoeding daarvan te vorderen; hierover geeft het scheidsgerecht niet uit zichzelf een oordeel.

Basis kostenverdeling: de principiŽle en financiŽle mate van ongelijk

Het scheidsgerecht verdeelt de kosten van de procedure op basis van de bijdrage die partijen hebben geleverd aan het ontstaan van die kosten.

Daarbij zal de mate van ongelijk - zowel in financiële zin, als in principiële zin (zie de uitleg onder het kopje hierna) - van partijen een rol spelen. Het gewicht dat arbiters hechten aan deze twee factoren kan per geval verschillen.

In het algemeen geldt dus de regel: hoe meer u verliest, hoe meer u van deze kosten moet dragen.

Proceskosten beperken door de hoogte van uw vordering reŽel te houden

Omdat het tarief wordt berekend op basis van de hoogte van de vordering in hoofdsom, bepaalt u door de hoogte van uw vordering voor een deel zelf hoeveel proceskostenvergoeding u misschien moet betalen.

Dit blijkt uit het volgende (blijkens de praktijk niet eens zo extreme) voorbeeld.

Stel dat u terecht denkt dat de herstelkosten van een lekkage rond € 4.500,00 bedragen. Op grond van het Waarborgsom-/moderatieschema gelden voor die vordering een waarborgsom en een gefixeerd tarief voor de uiteindelijke kosten van € 1.750,00.

U vordert echter € 100.000,00, “voor de zekerheid”, maar ook omdat u dat meer vindt passen bij alle ellende die u hebt gehad.

Als u terecht stelt dat uw wederpartij aansprakelijk is, hoeft u niet op de cent nauwkeurig gelijk te hebben in uw raming van de kosten. Zelfs als u een deskundige hebt ingeschakeld die de schade enkele tientallen procenten hoger heeft geraamd dan arbiters, hoeft dit niet te betekenen dat u voor de kosten van de procedure opdraait. Maar als de verhouding tussen vordering en schade echt zoek is, kunt u wel degelijk een fors financieel risico lopen.

Door uw vordering “op te blazen” zoals in het hiervoor gegeven voorbeeld, wordt de door u te storten waarborgsom vastgesteld op € 10.000,00 in plaats van € 1.750,00 en geldt het maximumtarief van € 1.750,00 voor vorderingen tot € 5.000,00 niet, maar worden de werkelijk gemaakte uren in rekening gebracht.

Die werkelijke kosten zijn ook nog veel hoger dan nodig was geweest: er worden namelijk 3 arbiters benoemd in plaats van 1 en het forfaitaire bedrag voor de zaalhuur is hoger. Het forfaitaire bedrag aan kosten van rechtsbijstand dat u aan uw wederpartij moet vergoeden is in 2010 € 1.500,00 per punt in plaats van € 400,00 per punt.

Als uw vordering hoger is dan de daarvoor geldende grens, wordt er misschien zelfs een factor toegepast op de uren van de secretaris.

U krijgt in principiële zin misschien voor 100% gelijk dat uw wederpartij aansprakelijk is voor de lekkage, maar toch kunt u in de kosten worden veroordeeld, omdat u in financiële zin voor het grootste deel ongelijk krijgt.

Dat u of de door u ingeschakelde deskundige uw schade in eerste instantie veel te hoog inschat, zorgt er zo voor dat u duizenden euro’s voor niets betaalt. Een eisvermindering in de loop van de procedure zal u vaak niet meer kunnen helpen (want dan zitten er al drie arbiters).

Proceskosten beperken door reŽel verweer te voeren

Als u geen goed verweer hebt tegen (een deel van) de vordering, moet u zich nog eens afvragen of u op dat punt wel gelijk hebt. U doet er misschien goed aan dat deel van de vordering alvast na te komen, om onnodige proceskosten te voorkomen. Onnodige proceskosten die u hebt veroorzaakt, zult u waarschijnlijk moeten betalen.  

Proceskosten in geval van beŽindiging van de procedure op verzoek van partijen

Komt het tot royement van de procedure vóór de mondelinge behandeling, dan volstaat de RvA in het algemeen met het in rekening brengen van administratiekosten. Gebleken is dat belangstelling bestaat voor de bepaling van de hoogte daarvan, mede omdat die kosten een rol kunnen spelen in de onderhandelingen tussen partijen omtrent een eventuele minnelijke regeling.

Wil men zeker weten, dan kan altijd worden gevraagd wat de kosten zijn bij een eventuele beëindiging. Die opgave wordt desgevraagd verstrekt.

De interne richtlijnen voor de berekening van de administratiekosten bij beëindiging van een procedure op verzoek van partijen zijn als volgt:

- inschrijving van het geschil 2,00 uur
- vaststellen waarborgsom 0,25 uur
- uitnodiging indienen antwoord 0,25 uur
- elke binnengekomen memorie 0,25 uur
- benoeming van arbiter(s)    0,25 uur
- doorgeven van aanvaarding van benoeming(en) aan partijen 0,25 uur
- opvragen van verhinderingen * 0,75 uur
- vaststellen van de mondelinge behandeling 0,25 uur
- annuleren van de mondelinge behandeling  0,25 uur
- plaatsing op de parkeerrol 0,25 uur

* Dit is inclusief het beoordelen van de volledigheid van de stukken en op basis van die stukken beoordelen of de mondelinge behandeling ter plekke moet worden gehouden in verband met een eventuele bezichtiging.

Het hierbij in rekening te brengen tarief is steeds het maximale uurtarief als hiervoor genoemd onder uren secretaris.

Voorbeelden:

Voor pro forma aanhangig gemaakte geschillen wordt bij het intrekken aldus 2,0 uur berekend.

Bij de intrekking van een geschil kort voor de binnenkomst van de memorie van antwoord is het tarief overeenkomstig het voorgaande 2,5 uur.

Indien een verweerder is opgeroepen bij deurwaardersexploot, worden de daaraan verbonden kosten toegevoegd aan de administratiekosten.

Is al een mondelinge behandeling bepaald, dan wordt ter zake van annuleringskosten in rekening gebracht:

< 1 week vóór MB: 250,00
1-2 weken vóór MB: 150,00
2-3 weken vóór MB: 100,00
> 3 weken vóór MB: 0,00


Als de werkelijke annuleringskosten hoger zijn dan het bovenstaande tarief, dan zullen de werkelijke kosten in rekening worden gebracht.

Als de arbiters en/of de secretaris al werkzaamheden hebben verricht in het dossier, worden de kosten daarvan in rekening gebracht. Indien de secretaris kosten in rekening brengt voor de voorbereiding van de mondelinge behandeling, dan zullen de overige kosten van de Raad volgens het hierboven beschreven puntensysteem slechts voor 50% worden doorberekend.

Buiten de termijn van drie weken worden alleen annuleringskosten in rekening gebracht indien en voor zover die door de zittingslocatie worden berekend. 

In kleine geschillen geldt een maximumtarief voor de kosten van de RvA (zie het Waarborgsom-/moderatieschema). Dit maximum geldt ook voor de administratiekosten bij beëindiging op verzoek van partijen, met dien verstande dat nooit meer dan de werkelijke kosten in rekening wordt gebracht.  

De kosten bij beëindiging van het geschil op verzoek van partijen worden door de RvA verrekend met de gestorte waarborgsom. Is er tevens een waarborgsom in reconventie gestort dan wordt in beginsel toch eerst verrekend met de gestorte waarborgsom in conventie en daarna pas met die in reconventie. Partijen kunnen de RvA laten weten hiervan af te willen wijken. Het restant van de waarborgsom wordt teruggestort.

Alle tarieven zijn indicatief. De RvA kan altijd de werkelijke kosten in rekening brengen.

BUITENGERECHTELIJKE KOSTEN

Welke buitengerechtelijke kosten worden vergoed
De volgende vermogensschade komt voor vergoeding in aanmerking (artikel 6:96 lid 2 Burgerlijk Wetboek):

  1. redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, mocht worden verwacht (kosten noodmaatregelen);
  2. redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (kosten bouwkundige en juridisch deskundigen);
  3. redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (kosten bouwkundige en juridisch deskundigen).

Al deze kosten moeten de zogenaamde “dubbele redelijkheidstoets” doorstaan: het moet redelijk zijn dat de kosten zijn gemaakt en de hoogte van de kosten moet redelijk zijn. Wat redelijk is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand (incassokosten)

In het algemeen hanteren de arbiters van de RvA de Wet inzake normering van buitengerechtelijke incassokosten, zoals die geldt vanaf 1 juli 2012. Voor oudere gevallen wordt aangehaakt bij het Rapport Voorwerk II van de werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak inzake de buitengerechtelijke kosten, zoals gewijzigd in november 2000, tarieven aangepast aan de euro in 2002.

Als aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand zijn gemaakt, wordt in die oudere gevallen een forfaitaire vergoeding toegewezen, gelijk aan twee punten van het door de RvA gehanteerde tarief uit de “Leidraad bepaling kosten van processuele bijstand”.

Andere buitengerechtelijke kosten

Voor andere buitengerechtelijke kosten wordt per geval beoordeeld of recht bestaat op een vergoeding, en zo ja, hoeveel deze moet bedragen.