Wat zijn complicaties?

In het menu “Bodemprocedures” zijn de bodemprocedures in hun eenvoudigste vorm beschreven. In de menu’s betreffende de overige procedures zijn in aanvulling daarop specifieke kenmerken van die procedures omschreven. Daarbij draaide alles om de vordering(en) in de memorie van eis.

Vaak zijn er naast de vordering(en) in de memorie van eis nog andere zaken die aandacht vragen in een procedure. Daardoor wordt de procedure ingewikkelder. Om die reden worden die andere zaken hier “complicaties” genoemd.

Hieronder wordt een aantal complicaties kort toegelicht. In de submenu’s links op deze pagina treft u meer specifieke informatie.

Conventie en reconventie

Vaak meent de verweerder dat hij nog iets tegoed heeft van de eiser, in plaats van andersom. Hij hoeft dan niet zelf een aparte memorie van eis in te dienen, maar kan een tegeneis opnemen in zijn memorie van antwoord in de lopende procedure.

De vordering van de verweerder wordt dan de vordering “in reconventie” genoemd. De vordering van de eiser wordt de vordering “in conventie” genoemd.

Conventie en reconventie worden wel in hetzelfde processtuk behandeld, maar vormen eigenlijk twee zelfstandige procedures die (vrijwel) tegelijk worden behandeld. Meer informatie vindt u in het submenu "Conventie en reconventie".

Incidenten

Wat is een incident?
Een incident(ele procedure) is een procedure die wordt gevoerd binnen een eerder aanhangig gemaakte procedure (de hoofdzaak) en die gaat over een onderwerp waarover moet worden beslist voordat in de hoofdzaak verder kan worden geprocedeerd (al vinden de beslissing in incident en hoofdzaak soms in hetzelfde vonnis hun plaats).

Hoe een incident begint
Een incident kan bij de RvA op de volgende manieren beginnen:

  • bij incidentele conclusie (dat is een aparte memorie, niet één van de standaardmemories in een procedure);
  • bij conclusie in de hoofdzaak (uit de conclusie onder een standaard memorie in de hoofdzaak blijkt dat de partij een incident wil beginnen; dit verdient geen voorkeur, want het valt soms niet op); of
  • op initiatief van het scheidsgerecht (bv. een bewijsincident).

Verloop van een incident
Het incident heeft hetzelfde dossiernummer als de hoofdzaak waarin het speelt. De RvA kan ten behoeve van het incident om een aanvulling van de waarborgsom vragen. Gewoonlijk wordt de partijen uit de lopende procedure de gelegenheid geboden bij memorie van antwoord in het incident te reageren.

Soms, als het scheidsgerecht daartoe beslist, volgen nog repliek en dupliek.

In uitzonderlijke gevallen wordt een mondelinge behandeling van het incident gehouden.

Het incident wordt in beginsel afgesloten met een afzonderlijk incidenteel vonnis. Soms wordt de beslissing in het incident opgenomen in hetzelfde vonnis als dat in de hoofdzaak.

In beide gevallen staat hoger beroep open tegen de incidentele beslissing. Dat hoger beroep kan pas worden ingesteld tegelijk met het hoger beroep tegen het vonnis in de hoofdzaak, tenzij in het incidenteel vonnis hoger beroep is opengesteld of partijen uitdrukkelijk anders zijn overeengekomen (artikel 22 lid 5 Arbitragereglement RvA).

Vooral in een spoedgeschil of kort geding is het niet altijd mogelijk een incident af te doen voordat de behandeling van de hoofdzaak plaatsvindt. Dan kan op de mondelinge behandeling eerst de beslissing over de bevoegdheid worden genomen. De vastlegging van die beslissing volgt dan later.

Verloop van de hoofdzaak
De RvA kan vragen om storting van een waarborgsom of om aanvulling van de waarborgsom.

Het verdere verloop van de hoofdzaak is afhankelijk van het type incident waar het om gaat. Zie daarvoor de specifieke informatie per incident in de menu’s links op deze pagina.

Provisionele vorderingen

Ontstaat tijdens de loop van een procedure bij één der partijen de behoefte aan een voorlopige voorziening/tijdelijke maatregel, dan hoeft deze partij niet (ook nog) een kort geding aanhangig te maken. Zij kan de voorziening/maatregel vorderen in de hoofdzaak. De vordering die strekt tot het treffen van een voorlopige voorziening/tijdelijke maatregel wordt een “provisionele vordering” genoemd. Zij leidt tot een tussenvonnis.

Het scheidsgerecht bepaalt het verloop van de procedure.

Tegen provisionele arbitrale vonnissen staat – anders dan voor de burgerlijke rechter (artikel 337 Rv) - geen hoger beroep open, tenzij partijen anders zijn overeengekomen (artikel 1050 lid 3 Rv-oud, maar anders artikel 1061d lid 2 Rv-nieuw indien het geschil na 1 januari 2015 aanhangig is gemaakt). Als partijen de mogelijkheid van hoger beroep tegen het eindvonnis zijn overeengekomen, geldt dat automatisch ook voor hoger beroep tegen tussenvonnissen (zoals provisionele vonnissen) en gedeeltelijke eindvonnissen (zoals incidentele vonnissen).