Inleiding

Hieronder worden de kenmerken van verschillende procedures kort besproken. Als u dit menu hebt gelezen, kiest u de procedure die voor uw geschil het beste is. Vervolgens leest u het submenu met specifieke informatie over de door u gekozen procedure (zie de opengeklapte submenu's links op deze pagina).

De RvA kent in hoofdlijn 2 soorten procedures met 2 verschillende eindproducten:

  • procedures “op tegenspraak”, die eindigen met een vonnis;
  • de (spoed)plaatsopneming, die eindigt met een proces-verbaal.

Hoger beroep, herstel en aanvulling zijn ook procedures op tegenspraak maar komen pas aan de orde als een vonnis in eerste aanleg is verkregen.

Procedures “op tegenspraak”

Een procedure op tegenspraak is wat de meeste mensen zich voorstellen als zij aan een rechtszaak denken. In een procedure op tegenspraak verzoeken/vorderen één of meer partijen bijvoorbeeld dat een andere partij zal worden veroordeeld om iets te doen of na te laten, of dat de rechter/arbiter iets voor recht verklaart. De andere partij voert verweer (“tegenspraak”) waarbij deze zal ingaan op wat de eisende partij stelt.

De bodemprocedure

De bodemprocedure is een procedure op tegenspraak. Het vonnis in een bodemprocedure is bindend en – behalve als binnen de daarvoor geldende termijn hoger beroep wordt ingesteld - definitief. Er zijn twee hoofdsoorten bodemprocedures. 

- de gewone bodemprocedure
De gewone bodemprocedure is de vorm van de meeste geschillen die voor de RvA worden gebracht. Hierin wordt de zaak grondig uitgediept.

Als partijen bereid zijn om snel actie te ondernemen en snel te reageren, kunnen zij procederen op verkorte termijnen (dit is iets ander dan de hierna genoemde spoedbodemprocedure: spoedprocedures worden met voorrang boven andere procedures behandeld).

Om de kosten in kleine geschillen binnen de perken te houden, geldt daarvoor een verkorte procedure tegen een gefixeerd tarief (zie het Waarborgsom/moderatieschema in het Rolreglement).

- de spoedbodemprocedure
Soms is er geen tijd om de uitkomst van een gewone bodemprocedure af te wachten en is dringend een definitief oordeel nodig. De eiser kan dan verzoeken om spoedbehandeling van het geschil. Als de voorzitter van de RvA verlof verleent tot spoedbehandeling, wordt het geschil behandeld met de spoed die past bij het conflict.

Aanbestedingsgeschillen vormen een aparte klasse spoedbodemprocedures, waarvoor aanvullende regels gelden.


Het kort geding

Ook het kort geding is een procedure op tegenspraak. Het vonnis in een kort gedingprocedure is, anders dan dat in een bodemprocedure, voorlopig. Het biedt een oplossing in acute situaties. Als er voorzieningen/maatregelen nodig zijn die echt niet kunnen wachten (vb: aanbrengen van stutwerk tegen een gebouw dat dreigt in te storten), kunt u daarom verzoeken in kort geding. Een kort geding kan op zeer korte termijn plaatsvinden, zo nodig zelfs binnen een dag.

Het scheidsgerecht vormt zich in kort geding slechts een voorlopig oordeel in grote lijnen over de onderliggende rechtsvraag (vb: is de aannemer aansprakelijk voor de oorzaak van het dreigende instorten van het gebouw?), niet verder dan nodig is om te beslissen of de voorziening moet worden toegewezen. Bij de beoordeling van het verzoek weegt het scheidsgerecht het belang van de eiser(s) bij het toewijzen van de voorziening af tegen het belang van de verweerder(s) bij het afwijzen daarvan.

Als u over de onderliggende rechtsvraag een definitief oordeel wilt, moet u dit in een bodemprocedure verzoeken (uw wederpartij kan dat natuurlijk ook doen). Een in kort geding toegewezen voorziening kan overigens wel definitief worden, als partijen het er verder bij laten zitten.

De beslissing in kort geding heeft geen enkele invloed op het oordeel in een reeds aanhangige of een later aanhangig gemaakte bodemprocedure over de onderliggende rechtsvraag (het werkelijke geschilpunt). Het definitieve oordeel in de bodemprocedure kan heel anders luiden dan het voorlopige oordeel in kort geding. Het kan dan zijn dat de eiser in het kort geding de gevolgen van de voorlopige maatregel die in kort geding is toegewezen ongedaan moet maken en de schade van de verweerder(s) moet vergoeden. Soms is een eiser daartoe niet

in staat. Dat “restitutierisico” kan een rol spelen in de belangenafweging die het scheidsgerecht moet maken.

NB: omdat de bodemprocedures en het kort geding beide procedures op tegenspraak zijn, hebben zij veel gemeen. Er is voor gekozen zo min mogelijk informatie dubbel op deze site weer te geven. U dient daarom het menu “Bodemprocedures” te lezen voordat u het menu “Het kort geding” leest.

Hoger beroep (de appelprocedure)

De mogelijkheid van hoger beroep (appel) bestaat alleen tegen een vonnis in

eerste aanleg in een procedure op tegenspraak. Of hoger beroep bij de RvA mogelijk is, is verder afhankelijk van een aantal voorwaarden (zie het menu “Hoger beroep”).

Tegen een bindend advies en een proces-verbaal van (spoed)plaatsopneming kan geen hoger beroep worden ingesteld. Wel kan een nieuwe plaatsopneming worden verzocht, waarbij eventuele onvolledigheden of onduidelijkheden in een eerder proces-verbaal aan de orde kunnen worden gesteld.

Herstel en aanvulling

“Fouten” in een vonnis die relatief eenvoudig kunnen worden rechtgezet (hersteld) zijn kennelijke schrijf- of rekenfouten (fouten die hersteld kunnen worden zonder inhoudelijke beoordeling van een geschilpunt) en kennelijke fouten die geen nadere inhoudelijke motivering nodig hebben. In geschillen waarop het arbitragerecht van toepassing is dat geldt vanaf 1 januari 2015 is het ook mogelijk om herstel te verzoeken van een andere kennelijke fout in het vonnis die zich voor eenvoudig herstel leent. 

Het onbehandeld laten van een geschilpunt waarover het scheidsgerecht had moeten oordelen in het vonnis kan in geschillen waarop het arbitragerecht van toepassing is zoals dat gold tot 1 januari 2015 alleen worden gerepareerd in een aanvullend vonnis als geen hoger beroep tegen het vonnis openstaat. In geschillen waarop het arbitragerecht van toepassing is dat geldt vanaf 1 januari 2015 is een aanvullend vonnis ook mogelijk als hoger beroep tegen het vonnis openstaat.  

De (spoed)plaatsopneming

Soms hebt u bewijs nodig van de toestand van een bouwwerk op een bepaald moment.

Voorbeelden van situaties waarin bewijs een grote rol speelt:

  • u wilt kunnen aantonen dat het werk wel of niet opleveringsgereed is op een bepaalde datum, voordat de bouw verder gaat;
  • de aannemer weigert herstel uit te voeren en u wilt kunnen aantonen wat u door een derde moet laten uitvoeren;
  • door een gebrek dreigt grote schade te ontstaan, zodat spoedig herstel noodzakelijk is. Maar als dat eenmaal is uitgevoerd, is niet meer te achterhalen wie deze situatie heeft veroorzaakt. U wilt dus zo goed mogelijk vastleggen hoe de situatie nu is.

Natuurlijk kunnen partijen samen de situatie ter plaatse (laten) vastleggen, bijvoorbeeld in een fotorapportage. Vaak wil één partij dat echter niet omdat zij daar geen belang bij heeft. Ook is het goed als degene die over een geschil zal oordelen, zelf de situatie ter plaatse heeft gezien.

Arbiters van de RvA kunnen de toestand van het werk vastleggen in een proces-verbaal van plaatsopneming. Omdat zij onafhankelijk, onpartijdig en deskundig zijn, heeft dit proces-verbaal een grote bewijskracht.

Als er haast is bij de vastlegging van de situatie, bijvoorbeeld omdat er grote schade dreigt, kunt u verzoeken de plaatsopneming met spoed te behandelen.

De (spoed)plaatsopneming is geen procedure op tegenspraak, zoals de andere procedures voor de RvA: er wordt geen oordeel, maar uitsluitend een vastlegging van feiten gegeven. Voor deze procedure is niet vereist dat tussen partijen een overeenkomst tot arbitrage is gesloten. De (spoed)plaatsopneming wordt daarom behandeld in een apart hoofdmenu.

Deskundigenbericht van de RvA

Ook het deskundigenbericht van de RvA is geen procedure op tegenspraak. Een deskundigenbericht kan nodig zijn in een rechtbankprocedure, maar kan ook gevraagd worden als er (nog) geen sprake is van een geschil.

Deskundigenbericht op verzoek van de rechter…

De overheidsrechter is een jurist die in beginsel geen bouwkundige achtergrond heeft. Als hij moet oordelen over een bouwgeschil tussen partijen, komt het daarom vaak voor dat de rechter aan de RvA een deskundigenbericht vraagt over bepaalde bouwtechnische geschilpunten. De rechter vraagt dat aan de RvA, omdat hij weet dat de leden van de RvA als arbiters gewend zijn objectief en onpartijdig hun deskundige licht over geschilpunten te laten schijnen.

…of als er (nog) geen geschil is

Voor een deskundigenbericht van de RvA hoeft men niet te wachten totdat men in een geschil verwikkeld is. Het kan bijvoorbeeld heel goed gebeuren dat men op een bepaald technisch probleem stuit of dat men het met zijn wederpartij niet eens is over de oorzaak van een bepaald gebrek of over de uitleg van het bestek of overeenkomst. Om een geschil dan voor te zijn, kan het erg nuttig zijn een onafhankelijke en objectieve deskundige van de RvA in te schakelen, die partijen voorlicht over de door hen genoemde problemen.

Let op: als partijen een geschil hebben - of zouden kunnen krijgen - op grond van een overeenkomst, waarin staat dat de RvA bevoegd is het geschil te beslechten, kan in die kwestie door de RvA geen deskundigenbericht verstrekt worden.

Omdat het hier ook geen procedure op tegenspraak betreft, wordt het deskundigenbericht van de RvA  ook behandeld in een apart hoofdmenu.